ECLI:NL:HR:2005:AO9006
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:1985:AB7967
1979, NJ 1980, 146 — kennelijk bedoeld als verweer op te werpen dat artikel 4 Algemeen Reglement Vervoer niet kan worden toegepast, omdat de daarin voorkomende term ‘’onbehoorlijk gedrag’’ zo vaag zou zijn, dat deze bepaling daardoor in strijd met he...
ECLI:NL:HR:1985:AB7967
oordingen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in zijn arrest van 26 april 1979, NJ 1980, 146, is ‘’inevitably couched in terms which,... are vague and whose interpretation and application are questions of practice’’. 6.4. Het middel tref...
ECLI:NL:HR:1971:AC5093
Openbare Vervoermiddelen) het geval was binnen het gebied van het centraal gezag te brengen. Reeds een op 20 december 1870 ingediend gewijzigd ontwerp van wet betreffende de openbare middelen van vervoer bevatte een bepaling dat het vervoer van perso...
ECLI:NL:HR:1985:AB7967
Bij vervroeging 2 april 1985 Strafkamer Nr. 78.075 ed Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 18 juni 1984 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboortepl...
ECLI:NL:HR:2006:AU8060
april 2003 aan onder meer het Korps Landelijke Politie Diensten, Dienst Spoorwegpolitie, houdt, voor zover hier van belang, het volgende in: "Onderwerp: Mandaat Artikel 7 ARV in het kader van Convenant Sociale Veiligheid Stationseiland te Amste...
ECLI:NL:HR:1971:AC5093
voet van artikel 8 lid 2 der Lokaalspoor- en Tramwegwet gelijkgestelde spoorwegen of spoorweggedeelten, daartoe overwegend, dat zodanige regeling van de bewijslast is neergelegd zowel in artikel 1 der Spoorwegwet en artikel 9 der Wet Openbare Vervoer...