ECLI:NL:HR:2016:252
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:HR:2018:514
4. Het tweede middelonderdeel betoogt dat deze laatste overweging van het Hof getuigt van een onjuiste opvatting omtrent de verdeling van de bewijslast. In deze overweging ligt besloten dat de Inspecteur niet heeft gesteld dat...
ECLI:NL:HR:1998:AA2396
an de tekst van artikel 29, lid 1, van de Wet en miskent deze redengeving de wetsgeschiedenis - waaruit onomstotelijk zou blijken dat de werknemer moet toestaan dat de inhoudingsplichtige een kopie maakt van het identiteitsbewijs - en (de samenhang v...
ECLI:NL:HR:2018:513
4. Het tweede middelonderdeel betoogt dat deze laatste overweging van het Hof getuigt van een onjuiste opvatting omtrent de verdeling van de bewijslast. In deze overweging ligt besloten dat de Inspecteur niet heeft gesteld dat...
ECLI:NL:HR:2000:AA4045
Deze bepaling is blijkens de Memorie van Toelichting afgestemd op het overeenkomstige artikel 64 van de Wet toezicht kredietwezen en vindt zijn grondslag evenals laatstgenoemde bepaling in geheimhoudingsverplichtingen welke zijn vastgelegd in EG-rich...
ECLI:NL:HR:1996:AA1997
ning. 3.3. Tot dit laatstvermelde oordeel is het Hof gekomen omdat het aannemelijk achtte dat belanghebbendes zoon eind 1990 behoorlijke vooruitzichten had na voltooiing van de opleiding een goed betaalde betrekking als beroepspiloot te vinden en dat...