ECLI:NL:HR:2017:404
ECLI:NL:HR:1989:AD0680
ECLI:NL:HR:2021:1597
ECLI:NL:HR:1847:1
der steden van 4 Januarij 1824.;Overwegende, dat wanneer men de ten processe overgelegde besluiten van autorisatie der gedeputeerde Staten om te procederen, naar derzelver aard, strekking en bewoording gade slaat, en wanneer men vooral de algemeene b...
ECLI:NL:CRVB:2000:AA5488
Vanuit het besef dat hij niet terug kan keren als burgemeester van X acht hij het evenwel aangewezen dat de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit in stand worden gelaten. De Raad overweegt het volgende. Uit de gedingstukken blijkt dat ged...
ECLI:NL:CRVB:2000:AE8571
gevallen uitspraak betrekking hebbend op de intrekking van appellants aanwijzing als waarnemend burgemeester van [Z.] dient in de eerste plaats aandacht te worden besteed aan de vraag of appellant in dit hoger beroep kan worden ontvangen....
ECLI:NL:CRVB:2011:BU8754
der standpunt te komen en is dan ook van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat het bevoegdheidsgebrek is geheeld. 3.3. De vraag die nu beantwoord moet worden is of de rechtbank op inhoudelijke gronden terecht de rechtsgev...
ECLI:NL:CRVB:2001:AE1369
dat er sprake is van een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en het college en/of de gemeenteraad. Slechts in een beperkt aantal gevallen is dat artikel, bij gebreke van een ander toepasbaar artikel, de basis geweest voor een ontslag wegens...
ECLI:NL:CRVB:2000:AA5488
d heeft dat appellant feitelijk de gemeentelijke belangen voldoende blijkt te hebben gediend, maar die constateringen ontnemen aan de besprekingen die appellant heeft gevoerd met de betrokken grondeigenaar, terwijl hij zelf geïnteresseerd was in een...