ECLI:NL:CBB:2018:522
ECLI:NL:HR:1989:AD5725
ECLI:NL:RVS:2019:272
2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandso...
ECLI:NL:CBB:2026:59
dat na intrekking van de derogatievergunning voor een bepaald kalenderjaar de landbouwer voor het daaropvolgende kalenderjaar is uitgesloten van het doen van een aanvraag om een derogatievergunning. 5.1 In dit geding moet eerst worden beoordeeld of d...
ECLI:NL:RVS:2019:272
2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandso...
ECLI:NL:CBB:2019:375
1. Appellante exploiteert een biologisch melkveebedrijf. Verweerder heeft op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet (Msw) het fosfaatrecht van appellante vastgesteld op (uiteindelijk) 3.466 kg. 2. Ingevolge artikel 6:19, eer...
ECLI:NL:CBB:2004:AO7839
. Daarnaast geldt het verbod van artikel 58aa van de Meststoffenwet niet voor de hoeveelheid die op grond van een mestafzetovereenkomst is afgevoerd naar een erkende exporteur. Deze mestafzetovereenkomst kan uitsluitend betreffen onbewerkte, ingedikt...
ECLI:NL:CBB:2019:375
1. Appellante exploiteert een biologisch melkveebedrijf. Verweerder heeft op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet (Msw) het fosfaatrecht van appellante vastgesteld op (uiteindelijk) 3.466 kg. 2. Ingevolge artikel 6:19, eer...
ECLI:NL:CBB:2003:AO4291
of omschakeling binnen het mestproductierecht dat reeds op een bedrijf rust. Eén en ander heeft geleid tot de Wet van 7 december 2000 tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten (Stb. 2000...