ECLI:NL:HR:1977:AC1877
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:1989:AD5725
ECLI:NL:HR:2019:2026
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:RVS:2019:3103
tter, en mr. J.J. van Eck en mr. H.J.M. Baldinger, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.J.L. Crombach, griffier. w.g. Borman w.g. Crombach voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2019 689. BIJL...
ECLI:NL:RVS:2026:2302
Ook is geen inzicht gegeven in de kosten die [appellante] stelt gemaakt te hebben. Er zijn daarom geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de boete in het geval van [appellante] onevenredig is. 10.2. Het betoog slaagt niet. Geen grond voor openba...
ECLI:NL:RVS:2026:1532
r betrekking hebben op: a. de inhoud van wervings- en reclameactiviteiten; b. de doelgroepen waarop zodanige activiteiten zijn gericht; c. de hoeveelheid, de tijdsduur en het tijdstip, en d. de wijze waarop en de plaats waar w...
ECLI:NL:RVS:2026:1532
Dat neemt niet weg dat het bestuursorgaan bevoegd blijft op grond van artikel 3.1 van de Woo om hier uit eigen beweging toe te besluiten. Verder heeft [appellante] niet aangevoerd waarom de openbaarmaking van het boetebesluit in dit concrete geval vo...