30 resultaten voor "Artikel 21 Wet administratie grootboekschuld"
Pagina 1 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:HR:1996:AA1702

t/ Ondernemingen te P (hierna: de Inspecteur) op 27 november 1990 over juli 1990 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van ƒ 6.000,- (zonder verhoging). De aanslag betreft het uitbetaalde en het terugbetaalde bedrag. Bij uitspraak op he...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2018:360

en bescheiden worden niet verkregen van de vreemdeling of diens referent, voor zover: a. Onze minister die gegevens of bescheiden kan verkrijgen uit bij regeling van onze minister aan te wijzen administraties, tenzij hierdoor een goede uitvo...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:5013

ns partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, op wie artikel 4.6 of 4.7 niet van toepassing is. 2. De geldschulden die worden overgenomen: a. zijn ontstaan na 31 december 2005; b. waren voor 1 juni 2021 opeisbaar; en c. zijn niet...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:5153

ekend, tenzij op die aanvrager, die partner of die ex-partner artikel 4.6 of 4.7 van toepassing is. 2 De geldschulden die worden overgenomen: a. zijn ontstaan na 31 december 2005; b. waren voor 1 juni 2021 opeisbaar; en c. zijn niet...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:5153

die al is overgenomen van een aanvrager of diens partner of van een ex-partner. 5 Indien een schuldeiser geen toestemming geeft tot overneming van een geldschuld, voldoet Onze Minister de geldschuld en is de betreffende verbintenis nagekomen als bedo...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2026:5444

nkafschriften. Verklaring [belanghebbende] Op 21 december 2017 heeft [belanghebbende] een verklaring afgelegd. Op door ons gestelde vragen is hem vooraf de cautie gegeven. [Belanghebbende] heeft verklaard bankafschriften van zijn bij de ABN-AMRO bank...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2026:5191

Ook de totstandkomingsgeschiedenis van het artikel biedt geen aanknopingspunten voor de juistheid van de stelling van de Inspecteur dat de betalingen volledig moeten zijn gespecificeerd in het betalingskenmerk. 4.14 Het principaal hoger beroep van de...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:4021

eede lid, van de Wht en rust op de Minister de verplichting om kennis te vergaren over de relevante feiten. De rechtbank stelt vast dat op basis van de contractuele afspraken de hoofdsom logischerwijs € 981,-. bedraagt. Dat is € 22,20,- minder dan de...

2%