ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
ECLI:NL:HR:2016:252
ECLI:NL:HR:1960:123
igt opgesloten, dat hij zelf gemoedsbezwaren heeft tegen de algemeen in de Algemene Ouderdomswet geregelde verzekering; dat de wet voor diegene, die gemoedsbezwaren heeft, een vrijstellingsmogelijkheid kent in artikel 36 van de Algemene Ouderdomswet;...
ECLI:NL:HR:1960:123
regeling aan het tweede lid der verdragsbepaling niet aan de orde behoeft te komen; dat om dezelfde reden de in artikel 36 der Algemene Ouderdomswet geopende mogelijkheid van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren tegen de in deze wet geregelde verzeker...
ECLI:NL:HR:1960:123
het ouderdomspensioen, waarop zij alsdan volgens deze wet recht hebben, aan te vragen dan wel een ambtshalve toegekend ouderdomspensioen in te vorderen, zodat belanghebbende ook na het bereiken van de vijf en zestigjarige leeftijd vrij blijft om datg...
ECLI:NL:HR:1960:123
ng dat de regeling van de Algemene Ouderdomswet een afwijking zou inhouden van het bepaalde in artikel 1 der Wet van 1853 - artikel 6, lid 1, der Wet geen ruimte laat voor het maken van de door belanghebbende gewilde uitzondering voor predikanten, va...
ECLI:NL:HR:1960:123
ne Ouderdomswet echter geen bepalingen bevat, die in strijd zijn met bepalingen in dit verdrag; Overwegende dat het Hof omtrent het geschil heeft overwogen; dat tussen partijen onbetwist vaststaat, dat belanghebbende, die binnen het Rijk woont, en de...
ECLI:NL:HR:1960:123
Ouderdomswet absoluut nietig zijn; dat hij de berekening der premie niet betwist, maar ontkent deze premie schuldig te zijn; dat in ’s Hofs uitspraak het standpunt van den inspecteur is weergegeven als volgt” dat de verplichting tot betaling van de p...
ECLI:NL:HR:1960:123
derscheidene kerkgenootschappen; dat de Algemene Ouderdomswet hierdoor tevens in strijd komt met de artikelen 181, 812 en 183 der grondwet; dat in de Algemene Ouderdomswet niet een uitdrukkelijke bepaling voorkomt, welke aan het bepaalde in artikel 1...