ECLI:NL:HR:2022:633
De Hoge Raad: - beantwoordt de vragen op de hiervoor in 3.4.2-3.4.6 weergegeven wijze; - begroot de kosten van deze procedure op de voet van art. 393 lid 10 Rv op € 1.800,-- aan de zijde van [verweerder 1] en op € 450,-- aan de zijde v...