ECLI:NL:HR:1989:AD5725
ECLI:NL:HR:2016:252
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2004:AP1668
3.1.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verder: Wud 1990) op 1 augustus 1992 worden geen nieuwe vergunningen meer verleend voor de uitoefening...
ECLI:NL:HR:1933:229
ij de uitvoering daarvan onvermijdelijk wetsbepalingen worden overtreden, de veearts te dier zake niet strafbaar is; ‘’dat verdachte zich ten dele wel beroept op analogie met het beroepsrecht van den medicus, hetwelk dezen, ingeval hij, door zijn med...
ECLI:NL:HR:2002:AE4267
tiging aanwezig mag hebben, door de wijze van regelgeving gelegd bij de verdachte, die immers aannemelijk moet maken dat één van de strafuitsluitingsgronden van het tweede lid zich voordoet, doch het hof acht deze bewijslastverdeling niet onredelijk...
ECLI:NL:HR:2004:AP1668
nten op grond van de Wud 1990 en het Besluit paraveterinairen (als geldende tot 1 juni 1994) al de bevoegdheid toekwam om grootvee te enten, zulks een discrepantie opleverde met de Kanalisatieregeling, waarin als diergeneesmiddelen als bedoeld in art...
ECLI:NL:CBB:2026:35
periode tussen de mededeling aan de houder en de uitvoering van de ruiming oplopen. De houder van de dieren maakt tot de dieren geruimd zijn kosten voor de verzorging van de dieren. De minister kan beslissen om de houder in zo’n situatie een vergoedi...
ECLI:NL:CBB:2026:24
d met de betreffende diersoorten en zijn in overeen stemming met de activiteiten genoemd in artikel 7, leden 2 en 3, en met de onderwerpen in bijlage IV. Artikel 21, vijfde lid, van Verordening 1099/2009 bepaalt dat de bevoegde autoriteit voorlopige...