ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:1997:AA2133
430, onder 3, stelt de vraag: "VOOR WELKE INHOUDINGSPLICHTIGE GELDT DE REGELING? (...) Een definitie van zeescheepvaartbedrijf wordt niet gegeven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de regeling ook geldt voor het baggerbedrijf. Ik neem aan dat onder...
ECLI:NL:HR:1997:AA2133
hebben het doen loodsen van schepen en vaartuigen door registerloodsen als bedoeld in artikel 1 van de Loodsenwet. Registerloodsen als hier bedoeld zijn de niet-beherende vennoten van de vier maatschappen. Zij zijn belast met het loodsen van schepen...
ECLI:NL:HR:1997:AA2133
430, onder 3, stelt de vraag: "VOOR WELKE INHOUDINGSPLICHTIGE GELDT DE REGELING? (...) Een definitie van zeescheepvaartbedrijf wordt niet gegeven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de regeling ook geldt voor het baggerbedrijf. Ik neem aan dat onder...
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:HR:1997:AA2133
de Wet faciliteit voor de Zeevaart per 1 januari 1992 wordt beëindigd en wordt vervangen door een eenvoudiger regeling (...)"; en werd aangenomen (Handelingen 16 januari 1990, blz. 8-245, rechterkolom, 7e al.). 6. . Krachtens art. I Wet faciliteit vo...
ECLI:NL:HR:1997:AA2133
de Nederlandse koopvaardij (...) (blz. 3, 2e al. v. o.) De 35%-aftrek wordt toegepast indien de zeevarende in dienst is van een in Nederland gevestigde reder die hier te lande daadwerkelijk het zeescheepvaartbedrijf onder Nederlandse vlag uitoefent m...
ECLI:NL:HR:1997:AA2133
Bij de behandeling van de nota zei mevrouw Jorritsma - Lebbink (Handelingen, Vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat, 18 mei 1987, UCV 70, blz. 18, rechterkolom, 2e al.): "(...) Omdat ik van mening ben dat er samenhang is tussen de fiscale sfeer e...