ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:2016:252
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:RVS:2008:BC4256
verweegt de Afdeling als volgt. Blijkens de stukken heeft op 19 februari 2007 een hoorzitting plaatsgevonden naar aanleiding van het door onder andere Lightrec gemaakte bezwaar tegen het primaire besluit, waarbij vertegenwoordigers van Lightrec aanwe...
ECLI:NL:RVS:2022:3352
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3835
2.1 Het hof stelt de feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden, als volgt vast. 2.2 [geïntimeerde] en zijn partner hebben op 20 januari 2003 een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten met Bouwfonds, voor de bou...
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3835
2.1 Het hof stelt de feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden, als volgt vast. 2.2 [geïntimeerde] en zijn partner hebben op 20 januari 2003 een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten met Bouwfonds, voor de bou...
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3835
2.1 Het hof stelt de feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden, als volgt vast. 2.2 [geïntimeerde] en zijn partner hebben op 20 januari 2003 een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten met Bouwfonds, voor de bou...
ECLI:NL:RBROT:2006:AY3441
g op ingelegd spaargeld, nu de hoogte daarvan op voorhand vast staat. Kiest de inlegger er uiteindelijk niet voor om zijn opbrengstrecht aan GWI terug te verkopen, maar om de overeenkomst tot het einde te laten doorlopen, dan staat niet op voorhand v...