ECLI:NL:RBZWB:2025:5749
6.1 De voorzieningenrechter is van oordeel dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Awb niet alleen uitspraak op...
6.1 De voorzieningenrechter is van oordeel dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Awb niet alleen uitspraak op...
teitenbesluit, waardoor zowel stemgeluiden als piekgeluiden als gevolg van sportactiviteiten niet mogen worden meegenomen bij de vraag of sprake is van geluidhinder als bedoeld in de APV. 2.7...
8. De voorzieningenrechter overweegt voor wat betreft de rechtmatigheid van het bestreden besluit als volgt. 8.1 Uit het handhavingsverzoek volgt dat niet alleen ve...
1. Ingevolge artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: de APV), is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of ge...
Inleiding 1. Bij het bestreden besluit zijn hogere waarden vastgesteld ten behoeve van woningen die mogelijk zijn gemaakt bij het bestemmingsplan "Rijnpark, Koudekerk aan den Rijn", dat is...
2. De rechtbank beoordeelt het in stand laten van de afwijzing van het handhavingsverzoek. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. 2.1. De voor de beoorde...
deel dat het college uit het rapport niet heeft hoeven afleiden dat sprake is van een ontoelaatbare milieuhinder. Het college merkt terecht op dat het rapport slechts inzage geeft in de actuele cumula...
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking ...
n worden zachter gezet en voorts dat uit veiligheidsoverwegingen deze signalering dient aan te staan. Verder hebben zij erop gewezen dat in het geval van de shovel wel gebruik wordt gemaakt van zogena...
3. Gesteld voor de vraag of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. 4. Aangezien derde-belanghebbende op korte termijn gebrui...