ECLI:NL:HR:2016:252
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
ECLI:NL:HR:1996:AA1706
ijst ook art. 22, lid 1, Wet OB 1968 (tekst tot 1 januari 1993) dat - inzake de wijze van heffing - de AWDA van toepassing verklaart, "als ware de (omzet)belasting invoerrecht". De AWDA geeft echter geen definitie van wat onder invoer of onder brenge...
ECLI:NL:RVS:2001:AA9925
oering van de Verordeningen nrs. 1469195 en 745/96 ontbreken. In het bijzonder is de procedure inzake de melding en de ongedaanmaking ervan nationaal niet geregeld. Evenmin heeft in Nederland een op schrift gestelde aanwijzing van een instantie als b...
ECLI:NL:CBB:2003:AN8955
aanvoelen (redelijkerwijze had moeten weten) dat de voor door haar van de fraudeurs afgenomen melkpoeder de rechten bij invoer niet betaald waren. Daarom is belanghebbende terecht door mij aangemerkt als douaneschuldenaar op basis van artikel 203 CDW...
ECLI:NL:CBB:2003:AN8966
artikel 5b van de In- en uitvoerwet. (…) Ten aanzien van het hoofdelijk schuldenaar zijn van belanghebbende merk ik het volgende op. Anders dan artikel 130a van de Wet inzake de douane, stelt artikel 5b van de In- en u...
ECLI:NL:CBB:2003:AN8955
aanvoelen (redelijkerwijze had moeten weten) dat de voor door haar van de fraudeurs afgenomen melkpoeder de rechten bij invoer niet betaald waren. Daarom is belanghebbende terecht door mij aangemerkt als douaneschuldenaar op basis van artikel 203 CDW...
ECLI:NL:CBB:2003:AN8955
Daarom heb ik appellante terecht aangemerkt als douaneschuldenaar op basis van artikel 203, lid 3 CDW. (…) Appellante moet wel degelijk worden gekwalificeerd als toedoener in de zin van artikel 5b In- en uitvoerwet en artikel 124e W...