ECLI:NL:RVS:2019:1694
ECLI:NL:RVS:2016:2892
ECLI:NL:RVS:2016:2582
ECLI:NL:RVS:2019:787
ECLI:NL:CBB:2008:BD6629
ECLI:NL:RBDHA:2017:12968
ag in strijd is met één of beide doelstellingen. 6.3 De rechtbank stelt vast dat in het BPRW 2016-2021 (op pagina 108) is vermeld dat Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het oppervlaktewater op de zeven (directe) onttrekkingspun...
ECLI:NL:RBDHA:2017:12968
door gemachtigde mr. Baneke. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. de Bruin, [persoon C] en [persoon D]. Namens vergunninghoudster zijn verschenen [persoon E], [persoon F] en [persoon A]. Overwegingen 1.1 De rechtbank gaat bij de...
ECLI:NL:RBMAA:2006:AV0435
3.1 De rechtbank stelt voorop dat bij de vraag naar de hoogte van de door WML aan NM te betalen schadeloosstelling de bijzondere aard van het waterleidingbedrijf ten opzichte van “gewone”, commerciële, ondernemingen niet uit het oog mag worden verlor...
ECLI:NL:RBOVE:2024:1158
Waterwet Artikel 6.2, eerste lid: Het is verboden om stoffen te brengen in een oppervlaktewaterlichaam, tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door Onze Minister of, ten aanzien van regionale wateren...