ECLI:NL:HR:2004:AM2533
ECLI:NL:HR:2018:1810
ECLI:NL:RVS:2019:1694
ECLI:NL:RVS:2019:1603
ECLI:NL:RVS:2004:AO5679
ppellanten hebben gesteld, hoefde voor verweerder op zich evenmin aanleiding te zijn bebouwing op het perceel aanvaardbaar te achten. Daarenboven hebben appellanten zeer uitvoerig betoogd dat de twee bestemmingsplannen die voorheen op het perceel van...
ECLI:NL:RVS:2004:AO5679
ingwet volgt dat de aanvraag van 29 februari 1980 moet worden afgedaan op grond van het bepaalde in de Woningwet van 12 juli 1962. In de Woningwet van 12 juli 1962 kan geen bepaling worden aangewezen die het door appellanten gestelde rechtsgevolg ver...
ECLI:NL:RVS:2025:417
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. G.T.J.M. Jurgens en mr. C.C.W. Lange, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Komduur, griffi...
ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3102
van de Woningwet, waaraan ingrijpende voorzieningen worden getroffen." 4.1.3. Met ingang van 1 januari 1995 is het onder 4.1.2.genoemde Besluit woninggebonden subsidies vervangen door het BWS 1995. Artikel 34 van het BWS 1995 bet...