ECLI:NL:RBNNE:2021:4916
Verzet tijdig 6.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [geopposeerde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. Gemeentelijk herindeling 6...
Verzet tijdig 6.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [geopposeerde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. Gemeentelijk herindeling 6...
Verzet tijdig 6.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [geopposeerde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. Gemeentelijk herindeling 6...
ande vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie ervan. Die bepaling strekt tot handhaving van de bruikbaarheid en het aanzien van de weg en dus mede tot handhaving v...
komen.Terzake van de kaart uit 1980 geldt dat daarop als waarmerking is aangegeven: “Wegenoverzicht volgens wegenlegger d.d. 28 maart 1980”. De rechtbank overweegt dat artikel 30, eerste lid, van Wegenwet bepaalt dat de legger onder meer het nummer v...
toegelicht. Bovendien is het enkele feit dat de verklaringen afkomstig zijn van omwonenden (die (mogelijk) bij het gebruik van [pad] een belang hebben), onvoldoende om de juistheid daarvan in twijfel te trekken. Het ligt ook voor de hand dat juist de...
komen.Terzake van de kaart uit 1980 geldt dat daarop als waarmerking is aangegeven: “Wegenoverzicht volgens wegenlegger d.d. 28 maart 1980”. De rechtbank overweegt dat artikel 30, eerste lid, van Wegenwet bepaalt dat de legger onder meer het nummer v...
Uit dit stelsel volgt dat rechthebbenden op een weg hierover slechts alle verkeer, behoudens de beperkingen bedoeld in artikel 6 van de Wegenwet, hebben te dulden, wanneer de weg openbaar is in de zin van artikel 4 van die wet. In zoverre komt derhal...
echt van openbare weg en talloze malen van het 'onus publicum' van openbare weg. Ook overigens heeft de leer van het zakelijk recht van openbare weg weinig aanhang gevonden"; zie L.H.M. Damen, Een kritische beschouwing van de Wegenwet (1959), blz. 24...
echt van openbare weg en talloze malen van het 'onus publicum' van openbare weg. Ook overigens heeft de leer van het zakelijk recht van openbare weg weinig aanhang gevonden"; zie L.H.M. Damen, Een kritische beschouwing van de Wegenwet (1959), blz. 24...
z. het gebruik voor verkeersdoeleinden, niet afhankelijk is van de toestemming van de rechthebbende(27). De Wegenwet heeft daaraan uitdrukking gegeven in art. 14 lid 1: de rechthebbende heeft alle verkeer over de weg te dulden, voor zover geen sprake...