ECLI:NL:CRVB:2004:AR7395
II. MOTIVERING Bij het primaire besluit heeft appellante aan gedaagde meegedeeld dat hij zijn studie op 31 december 2000 heeft beëindigd, dat dientengevolge per 1 januari 2001 rente wordt berekend over zijn LEN 1-lening, dat voor zijn...
ECLI:NL:CBB:2022:134
ECLI:NL:CRVB:2014:1869
et eerste lid, is opgenomen in artikel 3.18. 4.3. In artikel 3.4 van de Wsf 2000 is blijkens de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van de daaraan voorafgaande soortgelijke bepaling van de Wet Studief...
ECLI:NL:CRVB:2007:BA1358
te maanden van 2000, nadat hij zijn studiefinanciering had beëindigd. Bij de beslissing op bezwaar van 10 januari 2005 (het bestreden besluit) heeft appellante het bezwaar van betrokkene verworpen, maar wel aanleiding gevonden om het toetsingsinkomen...
ECLI:NL:PHR:1989:AD5725
ECLI:NL:RBALK:2005:AY7894
4.1 In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Voor de beantwoording van deze vraag is de volgende regelgeving met name van belang. 4.2 Ingevolge artikel 2.2, onder b, van de Wsf...
ECLI:NL:RBALK:2005:AY7894
4.1 In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Voor de beantwoording van deze vraag is de volgende regelgeving met name van belang. 4.2 Ingevolge artikel 2.2, onder b, van de Wsf...
ECLI:NL:RBALK:2003:AN7934
De vraag die in dit geding dient te worden beantwoord is of verweerster terecht en op goede gronden haar besluit heeft gehandhaafd om het recht op studiefinanciering van eiseres met ingang van 1 oktober 2000 te herzien en de teveel genoten toelage al...
ECLI:NL:RBAMS:2025:11492
g zijn dezelfde als voor de voucher. In artikel 12.15, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wsf, staat de voorwaarde dat de student in één van de vier studiejaren vanaf 1 september 2015 voor het eerst studiefinanciering heeft ontvangen voor het volg...