ECLI:NL:RBLIM:2020:4064
in het incident 3.1. De rechtbank acht zich bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen. De grondslag van de vordering is immers enkel onverschuldigde bet...
in het incident 3.1. De rechtbank acht zich bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen. De grondslag van de vordering is immers enkel onverschuldigde bet...
aan de eisende partij om gemotiveerd te stellen en onderbouwen dat en hoe aan deze verplichtingen is voldaan. Dat geldt niet alleen als de eisende partij zelf de dienstverlenende partij is, maar ook a...
4.1. De kantonrechter constateert allereerst dat [gedaagde] persoonlijk is gedagvaard en niet als een trust of rechtspersoon, aangezien hij een natuurlijke persoon is. Natuurlijke personen kunne...
2.1. Deze zaak betreft de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat in de zin van art. 613 Rv. Een dergelijke procedure is in de aanhef van art. II van he...
gaan op de argumenten van partijen betreffende de matiging. Verdere verloop van de procedure 4.12. Artikel 2:16 lid 8 BW s...
De conclusie strekt in het principaal cassatieberoep tot verwerping en in het incidenteel cassatieberoep tot vernietiging en tot afdoening als hiervoor onder 4.7 is vermeld. De Procur...
4.1 Grond voor een veroordeling tot betaling door de derde-beslagene van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, bestaat ingevolge artikel 477a, eerste lid, Rv indien de derde‑beslage...
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G Nrs. 12 e.v. van de ‘O...
4.1. De strekking van artikel 4:194a BW is dat dit artikel alleen bescherming biedt voor schulden die de erfgenamen niet kenden en evenmin behoorden te kennen op het moment dat zij de nalatensch...
Bevoegdheid 4.1. De rechtbank is internationaal en relatief bevoegd kennis te nemen van de vorderingen jegens Claymont op grond van artikel 123 lid 1, 124 aanhef en ...