ECLI:NL:RVS:2017:2409
onale bepalingen, gebruiken of praktijken die de betrokken werknemers gunstiger voorwaarden bieden, onverlet. Artikel 4 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uit...
ECLI:NL:RVS:2022:632
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. J.M.L. Niederer en mr. W. den Ouden, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.E. Larsson-van...
ECLI:NL:GHSHE:2003:AF7160
och bedroeg de langste achtereenvolgende rusttijd van die werknemer ongeveer 1 uur en 50 minuten, in elk geval minder dan 9 uren, hebbende hij, verdachte, tot dit feit opdracht gegeven, althans feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedragi...
ECLI:NL:RBARN:2004:AR4433
4 uur, in elk geval minder dan 9 uren, zulks terwijl verdachte (telkens) de werkgever was van die bestuurder/werknemer; art 1 Wet op de economische delicten 4. F.T.M. [naam], die als bestuurde...
ECLI:NL:RBZUT:2005:AU4020
ikel 8 lid 1 van voornoemde Verordening genoten, doch bedroeg de langste achtereenvolgende rusttijd van die bestuurder ongeveer 4 uur en 10 minuten, in elk geval minder dan 9 uur, terwijl verdachte, die toen (telkens) we...
ECLI:NL:RBARN:2006:AY9237
5. Het verzoek is, gelet op art. 36 lid 4 WOR, ontvankelijk. 6. Daargelaten de vraag of art. 236 Rv zich leent voor analogische toepassing op een beschikking op grond van art. 27 lid 4 WOR, kan hier geen sprake zijn van gezag van gewij...
ECLI:NL:RBGEL:2023:7561
kking te komen of ADV in tijd dan wel in geld wordt genoten. Aantekening: Zie ook de artikelen 3 en 44. Voorbeeld, uitgaande van een gemiddelde arbeidsduur van 10 uur per week: Indien de werknemer 10/38 van het op hem van toepassing zijnde tabelsalar...
ECLI:NL:RBARN:2004:AR4433
De ten tijde van de het plegen van de bewezenverklaarde feiten toepasselijke wetsbepalingen, die op 10 januari 2001 in werking zijn getreden (Koninklijk Besluit van 27 november 2000, Stb. 2001, 5), luiden als volgt: Art. 2.5:1 lid 4 A...
ECLI:NL:RBARN:2006:AY9237
5. Het verzoek is, gelet op art. 36 lid 4 WOR, ontvankelijk. 6. Daargelaten de vraag of art. 236 Rv zich leent voor analogische toepassing op een beschikking op grond van art. 27 lid 4 WOR, kan hier geen sprake zijn van gezag van gewij...