ECLI:NL:RBLIM:2025:9556
4.1. Vanwege het internationale karakter van de onderhavige zaak dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of aan de Nederlandse rechter (in internationale zin) bevoegdheid toekomt ter zake he...
4.1. Vanwege het internationale karakter van de onderhavige zaak dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of aan de Nederlandse rechter (in internationale zin) bevoegdheid toekomt ter zake he...
4.1. Vanwege het internationale karakter van de onderhavige zaak dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of aan de Nederlandse rechter (in internationale zin) bevoegdheid toekomt ter zake he...
4.1 Door de omstandigheid dat verzoekers de Nederlandse nationaliteit bezitten en de de minderjarige in Marokko uit een Marokkaanse moeder is geboren, draagt de onderhavige zaak een internation...
6.4.3. Het hof stelt voorop dat het beroep op het gezag van gewijsde [appellant] niet kan baten. Daarvan is geen sprake nu het volgens r.o. 4.3 van het vonnis van 19 juli 2017 gaat om een vonn...
4.1 Door de omstandigheid dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit en de de minderjarige en haar ouders de Marokkaanse nationaliteit bezitten, draagt de onderhavige zaak een internati...
5. Artikel 9 van de Paspoortwet bepaalt kort samengevat dat iedere Nederlander recht heeft op een nationaal paspoort. Voor het verkrijgen van een nationaal paspoort is het noodzakelijk dat de aa...
1-4 BW bevat bepalingen betreffende het conflictenrecht dat betrekking heeft op het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen (art. 10:92-10:99) en afdeling 4 bevat bepalingen betreffende de erkenn...
Inleiding 4.1 In 2010 is onder leiding van de officier van justitie van het Landelijk Parket te Rotterdam een strafrechtelijk onderzoek opgestart onder de na...
17. De in het tweede onderdeel geformuleerde rechtsklacht, die voortbouwt op de in het eerste onderdeel aan het hof gemaakte verwijt van onjuiste uitleg van het Marokkaanse recht, moet het lot van het...
De moeder als wettelijke vertegenwoordiger van [minderjarige] De rechtbank stelt vast dat in de beschikking van de Hoge Raad onder het kopje “1. Procesverloop in cassatie” het volgende is...