ECLI:NL:RBOBR:2019:5634
niet te verwijten. Ook is begrijpelijk dat zij, gedurende deze periode van onderzoek, de buitenwereld hierover nog niet heeft geïnformeerd. Dat gaat niet op voor het personeel. Hier wreekt zich dat Ry...
niet te verwijten. Ook is begrijpelijk dat zij, gedurende deze periode van onderzoek, de buitenwereld hierover nog niet heeft geïnformeerd. Dat gaat niet op voor het personeel. Hier wreekt zich dat Ry...
Ingevolge artikel 36 WOR kan iedere belanghebbende de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de ondernemer of de ondernemingsraad gevolg dient te geven aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald...
Twee of meer lidstaten, de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten of de door deze autoriteiten aangewezen instellingen kunnen in onderlinge overeenstemming in het belang van bepaalde personen of gro...
de concernvorming betrokken zijn geweest, zijn materieel de werknemersbelangen daarbij wel degelijk behartigd en wel door de ondernemingsraad, zo stelt eiseres. Zij wijst er in dit kader op dat werkne...
4.1. Op grond van artikel 36 lid 2 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) is de ondernemingsraad bevoegd de kantonrechter te verzoeken te bepalen dat de ondernemer gevolg moet geven aan zijn v...
3.1 Onderdeel 1 van het middel is gericht tegen het slot van rov. 5.4 (hiervoor in 2.4.1 geciteerd) en bestrijdt als rechtens onjuist de door het hof geformuleerde (vuist)regel dat, wil...
dat [eiseres] daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze kenbaar te maken voor het moment van besluitvorming. De daarbij uiteindelijk gegeven tijd acht de rechtbank voldoende. Daarmee ...
passingsverordening, waaruit blijkt dat deze dient ter uitwerking en toepassing van de Verordening. De tekst van artikel 29, eerste lid van de Toepassingsverordening sluit ook aan bij de eerder weerge...
al bestaan uit achttien deskundigen van hoog zedelijk aanzien en erkende onpartijdigheid, die door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag uit hun onderdanen worden gekozen; zij treden op in hun per...
2015 in JOR 2015/260. Zie verder ook Spuitenburg 2018, p. 162 en Hanegraaf 2019a, p. 210. Zie in deze zin ook onder 2.15 van mijn conclusie voor de Landis-beschikking. Zie recent bijv. Ho...