ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1515
van de per 1 april 1995 geldende marktwaarde van de betreffende referentiehoeveelheid melk”, waarmee de omvang van de vergoedingsplicht nauwkeurig wordt omlijnd, terwijl wat betreft de mestproductierechten onbepaald wordt gesproken van “een vergoedin...
ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1515
een goed pachter in de zin van artikel 25 Pachtwet heeft gedragen. 4.15 [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit zich laat afleiden dat het berekende “verlies” van 98 eenheden varkensrecht berust op een gebrek aan zorg door wij...
ECLI:NL:GHARN:2008:BG3077
3.1 Per 1 september 2007 is met de artikelen 7:311 e.v. Burgerlijk Wetboek een nieuwe wettelijke regeling van de pacht in werking getreden en is de Pachtwet vervallen. 3.2 Blijkens de inhoud van de bestreden beschikking betreft deze de besli...
ECLI:NL:GHARL:2026:3928
15 gronden in gebruik had die van een ander waren, is niets in die wet geregeld. De Meststoffenwet en de daarop gebaseerde regelingen houden daarmee geen verplichting in tot overdracht van fosfaatrechten of tot waarde-vergoeding bij het eindigen van...
ECLI:NL:GHARL:2015:5808
4.3 Met de grieven I en II heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat het dwingendrechtelijk karakter van artikel 31 Pachtwet (thans artikel 7:350 BW) in de weg staat aan een beroep op de overeenkomsten van 24 februari 1998. Dit verwee...
ECLI:NL:GHARN:2005:AS9387
4918) aan de hand van de indertijd van toepassing zijnde Suikersystemen beslist dat het met de gepachte grond naar evenredigheid samenhangende bietenquotum aan het einde van de pacht ter beschikking van de verpachter van die grond moest worden gestel...
ECLI:NL:GHARL:2013:CA2261
omstandigheden moet de conclusie luiden dat vanaf 2003 sprake is van reguliere pacht voor onbepaalde duur. 4.5 In hoger beroep heeft [pachter] in de memorie van grieven gesteld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardb...
ECLI:NL:GHARL:2015:5808
4.3 Met de grieven I en II heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat het dwingendrechtelijk karakter van artikel 31 Pachtwet (thans artikel 7:350 BW) in de weg staat aan een beroep op de overeenkomsten van 24 februari 1998. Dit verwee...
ECLI:NL:GHARL:2026:3928
rond en/of gebouwen zijn na het einde van de pachtovereenkomst potentieel minder goed te exploiteren voor de verpachter indien de pachter deze zonder fosfaatrechten oplevert. Relevante verschillen tussen pacht en erfpacht 5.7 Wat betreft de aard van...