ECLI:NL:HR:1979:AH8595
ECLI:NL:HR:2016:2998
ECLI:NL:HR:2019:2034
ECLI:NL:HR:2006:AU6631
ECLI:NL:CBB:2026:355
ankelijk verklaard, omdat het onredelijk laat was ingediend. Met de op 9 december 2024 door het College ontvangen brief, aangevuld op 3 april 2025, 3 juni 2025 en 26 augustus 2025, heeft verzoeker het College nog een keer verzocht de uitspraak van 1...
ECLI:NL:CBB:2026:355
2025, heeft verzoeker het College nog een keer verzocht de uitspraak van 1 september 2016 te herzien (het derde herzieningsverzoek). Met de uitspraak van 17 maart 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:104) heeft het College het derde herzieningsverzoek niet-ontvank...
ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1515
een goed pachter in de zin van artikel 25 Pachtwet heeft gedragen. 4.15 [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit zich laat afleiden dat het berekende “verlies” van 98 eenheden varkensrecht berust op een gebrek aan zorg door wij...
ECLI:NL:GHARL:2015:5808
4.3 Met de grieven I en II heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat het dwingendrechtelijk karakter van artikel 31 Pachtwet (thans artikel 7:350 BW) in de weg staat aan een beroep op de overeenkomsten van 24 februari 1998. Dit verwee...
ECLI:NL:GHARL:2015:5808
4.3 Met de grieven I en II heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat het dwingendrechtelijk karakter van artikel 31 Pachtwet (thans artikel 7:350 BW) in de weg staat aan een beroep op de overeenkomsten van 24 februari 1998. Dit verwee...