ECLI:NL:HR:2016:252
ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
ECLI:NL:HR:1960:123
regeling aan het tweede lid der verdragsbepaling niet aan de orde behoeft te komen; dat om dezelfde reden de in artikel 36 der Algemene Ouderdomswet geopende mogelijkheid van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren tegen de in deze wet geregelde verzeker...
ECLI:NL:HR:1960:123
derscheidene kerkgenootschappen; dat de Algemene Ouderdomswet hierdoor tevens in strijd komt met de artikelen 181, 812 en 183 der grondwet; dat in de Algemene Ouderdomswet niet een uitdrukkelijke bepaling voorkomt, welke aan het bepaalde in artikel 1...
ECLI:NL:HR:1960:123
Ouderdomswet absoluut nietig zijn; dat hij de berekening der premie niet betwist, maar ontkent deze premie schuldig te zijn; dat in ’s Hofs uitspraak het standpunt van den inspecteur is weergegeven als volgt” dat de verplichting tot betaling van de p...
ECLI:NL:HR:1960:123
mswet zonder meer derogeert aan artikel 1 van de wet op de kerkgenootschappen van 1853. Artikel 5 Wet Algemene Bepalingen zegt, dat een wet alleen door een latere wet haar kracht kan (dus niet “moet”) verliezen. Artikel 1 van de wet van 1853 geeft ee...
ECLI:NL:HR:1998:AA2548
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 april 1997 betreffende de beslissing van het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam (hierna: het Bestuur) waarbij aan X een ouderdom...
ECLI:NL:HR:1998:AA2548
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 april 1997 betreffende de beslissing van het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam (hierna: het Bestuur) waarbij aan X een ouderdom...
ECLI:NL:HR:1960:123
het ouderdomspensioen, waarop zij alsdan volgens deze wet recht hebben, aan te vragen dan wel een ambtshalve toegekend ouderdomspensioen in te vorderen, zodat belanghebbende ook na het bereiken van de vijf en zestigjarige leeftijd vrij blijft om datg...