ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:1977:AC1877
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:HR:2019:2026
ECLI:NL:HR:1995:ZC1823
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (i) [verweerder] heeft een stuk landbouwgrond van 10 hectare te [woonplaats] , dat hij krachtens een door de Grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst van een zekere [betrokkene 1] pacht, aa...
ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1515
een goed pachter in de zin van artikel 25 Pachtwet heeft gedragen. 4.15 [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit zich laat afleiden dat het berekende “verlies” van 98 eenheden varkensrecht berust op een gebrek aan zorg door wij...
ECLI:NL:GHARL:2026:3583
t is. Tegen die feitenvaststelling is [appellant] niet opgekomen. In dat licht is het voortzetten van het gebruik gedurende deze onderhandelingen weliswaar een tekortkoming in de verplichting om perceel [perceel 3] te ontruimen, maar onvoldoende om o...
ECLI:NL:GHSGR:2009:BL0039
2005, is op 7 oktober 2005 tussen deze partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen betreffende een door het Waterschap aan [appellant] verpacht perceel akkerbouwland, gelegen aan de [adres] in Bruinisse, kadastraal bekend gemeente Bruinisse, sect...
ECLI:NL:GHARL:2015:5808
4.3 Met de grieven I en II heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat het dwingendrechtelijk karakter van artikel 31 Pachtwet (thans artikel 7:350 BW) in de weg staat aan een beroep op de overeenkomsten van 24 februari 1998. Dit verwee...