ECLI:NL:HR:2005:AO9006
ECLI:NL:HR:2008:BD2578
ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
ECLI:NL:HR:2007:AZ0281
dende, voor zover hier van belang: Art. 4: "(...) 2. Bij de jacht op de onderscheiden wildsoorten mag slechts gebruik worden gemaakt van nader aan te wijzen wapens en munitie, alsmede van nader aan te wijzen andere middelen, tuigen en jachtmethoden,...
ECLI:NL:HR:2007:AZ0281
ofde middelen zijn: a. geweren; b. honden, niet zijnde lange honden; c. gefokte jachtvogels, te weten slechtvalken (Falco peregrinus) en haviken (Accipiter gentilis); d. geregistreerde eendenkooien als bedoeld in artikel 56; e. lokeenden of lokduiven...
ECLI:NL:RVS:2010:BO9216
2.1. Ingevolge artikel 1, vierde lid, aanhef en onder c, van de Visserijwet 1963 wordt voor het bepaalde bij of krachtens deze wet verstaan onder "kustvisserij": het vissen in de bij algemene maatregel van bestuur als kustwater aangewezen wateren....
ECLI:NL:RVS:2004:AR5452
ij stelt dat ten onrechte geen passende beoordeling is gemaakt als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992, inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wild...
ECLI:NL:RVS:2009:BH5511
Ingevolge artikel 3, eerste lid, van het reglement kan de minister in het belang van de visserij regelen stellen: a. ter uitvoering van op grond van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties opgelegde...
ECLI:NL:RVS:2002:AE6737
Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juni 2002, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. J.C. Bootsma, ambtenaar van het ministerie, en [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. A.P. Cornelissen en mr. A.A. den Hollander, beiden advocaat...