BWBV0007034
Artikel VI
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust betreffende de status van het personeel van het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden dat zich op het Ivoriaanse grondgebied bevindt in het kader van militaire activiteiten
In de uitoefening van militaire activiteiten in het kader van dit Verdrag:
1. Het militair personeel draagt het uniform en militaire onderscheidingstekens in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Zendstaat.
2. Het militair personeel zal wapens en munitie mogen bezitten, dragen en/of gebruiken onder de volgende cumulatieve voorwaarden: a. Ze zijn hiervoor geautoriseerd middels hun dienstopdracht;
b. het is in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Ontvangende Staat;
c. de bevoegde autoriteiten van de Partijen beslissen op voorhand of het noodzakelijk is om hierover nadere regelingen te stellen, zoals beschreven in Artikel IX.
a. Ze zijn hiervoor geautoriseerd middels hun dienstopdracht;
b. het is in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Ontvangende Staat;
c. de bevoegde autoriteiten van de Partijen beslissen op voorhand of het noodzakelijk is om hierover nadere regelingen te stellen, zoals beschreven in Artikel IX.
3. De wapens en de munitie worden opgeslagen en bewaakt in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Ontvangende Staat.
1. Het militair personeel draagt het uniform en militaire onderscheidingstekens in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Zendstaat.
2. Het militair personeel zal wapens en munitie mogen bezitten, dragen en/of gebruiken onder de volgende cumulatieve voorwaarden: a. Ze zijn hiervoor geautoriseerd middels hun dienstopdracht;
b. het is in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Ontvangende Staat;
c. de bevoegde autoriteiten van de Partijen beslissen op voorhand of het noodzakelijk is om hierover nadere regelingen te stellen, zoals beschreven in Artikel IX.
a. Ze zijn hiervoor geautoriseerd middels hun dienstopdracht;
b. het is in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Ontvangende Staat;
c. de bevoegde autoriteiten van de Partijen beslissen op voorhand of het noodzakelijk is om hierover nadere regelingen te stellen, zoals beschreven in Artikel IX.
3. De wapens en de munitie worden opgeslagen en bewaakt in overeenstemming met de geldende wetgeving van de Ontvangende Staat.
- Citeren als
- Art. VI
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0007034
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl