BWBV0006661
Artikel 20.40
Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds
1. Elke partij bepaalt dat:
a. haar rechterlijke instanties in civiele procedures de bevoegdheid hebben de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs kon weten dat hij inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten maakte, te gelasten de houder van het recht: i. adequate schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die deze door de inbreuk heeft geleden; of
ii. de aan de inbreuk toe te schrijven winst te betalen, die kan worden geacht gelijk te zijn aan de schadevergoeding als bedoeld onder i); en
i. adequate schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die deze door de inbreuk heeft geleden; of
ii. de aan de inbreuk toe te schrijven winst te betalen, die kan worden geacht gelijk te zijn aan de schadevergoeding als bedoeld onder i); en
b. haar rechterlijke instanties bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding wegens inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten onder meer alle door de houder van het recht aangevoerde legitieme waardebepalingen, met inbegrip van gederfde winst, in aanmerking kunnen nemen.
2. Als alternatief voor het bepaalde in lid 1 kan in de wetgeving van een partij worden voorzien in de betaling van een vergoeding, zoals een royalty of een recht, om een houder van het recht te compenseren voor het ongeoorloofde gebruik van zijn intellectuele eigendom.
a. haar rechterlijke instanties in civiele procedures de bevoegdheid hebben de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs kon weten dat hij inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten maakte, te gelasten de houder van het recht: i. adequate schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die deze door de inbreuk heeft geleden; of
ii. de aan de inbreuk toe te schrijven winst te betalen, die kan worden geacht gelijk te zijn aan de schadevergoeding als bedoeld onder i); en
i. adequate schadevergoeding te betalen ter compensatie van de schade die deze door de inbreuk heeft geleden; of
ii. de aan de inbreuk toe te schrijven winst te betalen, die kan worden geacht gelijk te zijn aan de schadevergoeding als bedoeld onder i); en
b. haar rechterlijke instanties bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding wegens inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten onder meer alle door de houder van het recht aangevoerde legitieme waardebepalingen, met inbegrip van gederfde winst, in aanmerking kunnen nemen.
2. Als alternatief voor het bepaalde in lid 1 kan in de wetgeving van een partij worden voorzien in de betaling van een vergoeding, zoals een royalty of een recht, om een houder van het recht te compenseren voor het ongeoorloofde gebruik van zijn intellectuele eigendom.
- Citeren als
- Art. 20.40
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006661
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl