BWBV0006661
Artikel 13.16
Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds
1. Deze overeenkomst belet niet dat een partij redelijke maatregelen handhaaft of vaststelt om prudentiële redenen, zoals:
a. het beschermen van investeerders, spaarders, polishouders of personen jegens welke een financiële instelling, een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten of een verlener van financiële diensten een fiduciaire verplichting heeft;
b. het handhaven van de veiligheid, degelijkheid, integriteit of financiële verantwoordelijkheid van een financiële instelling, een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten of een verlener van financiële diensten; of
c. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem van een partij.
2. Onverminderd andere prudentiële regelgeving inzake de grensoverschrijdende handel in financiële diensten kan een partij registratie van verleners van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere partij en van financiële instrumenten verlangen.
3. Onverminderd de artikelen 13.3 en 13.4 kan een partij een bepaalde financiële dienst of activiteit verbieden om prudentiële redenen. Een dergelijk verbod geldt niet voor alle financiële diensten of een volledige subsector van financiële diensten, zoals bankdiensten.
a. het beschermen van investeerders, spaarders, polishouders of personen jegens welke een financiële instelling, een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten of een verlener van financiële diensten een fiduciaire verplichting heeft;
b. het handhaven van de veiligheid, degelijkheid, integriteit of financiële verantwoordelijkheid van een financiële instelling, een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten of een verlener van financiële diensten; of
c. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem van een partij.
2. Onverminderd andere prudentiële regelgeving inzake de grensoverschrijdende handel in financiële diensten kan een partij registratie van verleners van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere partij en van financiële instrumenten verlangen.
3. Onverminderd de artikelen 13.3 en 13.4 kan een partij een bepaalde financiële dienst of activiteit verbieden om prudentiële redenen. Een dergelijk verbod geldt niet voor alle financiële diensten of een volledige subsector van financiële diensten, zoals bankdiensten.
- Citeren als
- Art. 13.16
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006661
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl