Artikel 38
Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, Lid-Staten der Europese Gemeenschappen, het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
2. De nieuwe Lid-Staten behouden de mogelijkheid om een douanerecht van fiscale aard of het fiscale element van zulk een recht te vervangen door een binnenlandse belasting die strookt met artikel 95 van het E.E.G.-Verdrag. Wanneer een nieuwe Lid-Staat gebruik maakt van die mogelijkheid, vormt het element dat eventueel niet is gedekt door de binnenlandse belasting het basisrecht als bedoeld in artikel 31. Dit element wordt in het handelsverkeer binnen de Gemeenschap afgeschaft en aan het gemeenschappelijk douanetarief aangepast overeenkomstig de artikelen 32, 39 en 59.
3. Wanneer de Commissie constateert dat de vervanging van een douanerecht van fiscale aard of van het fiscale element van zulk een recht, in een nieuwe Lid-Staat met ernstige moeilijkheden gepaard gaat, machtigt zij die Staat, op een verzoek dat vóór 1 februari 1973 moet worden ingediend, om dat recht of dat fiscale element te handhaven, op voorwaarde dat de Lid-Staat het uiterlijk op 1 januari 1976 afschaft. De Commissie beslist vóór 1 maart 1973.
Het beschermend element, waarvan het bedrag vóór 1 maart 1973 door de Commissie na raadpleging van de betrokken Staat wordt vastgesteld, vormt het basisrecht als bedoeld in artikel 31. Dit element wordt in het handelsverkeer binnen de Gemeenschap afgeschaft en aan het gemeenschappelijk douanetarief aangepast overeenkomstig de artikelen 32, 39 en 59.
4. De Commissie kan het Verenigd Koninkrijk machtigen om de douanerechten van fiscale aard of het fiscale element van deze rechten op tabak gedurende een extra periode van twee jaar te handhaven, indien de omvorming van die rechten tot binnenlandse belastingen op tabaksfabrikaten op een geharmoniseerde basis overeenkomstig artikel 99 van het E.E.G.-Verdrag op 1 januari 1976 nog niet kon worden verwezenlijkt, hetzij omdat op 1 januari 1975 nog geen communautaire bepalingen op dat gebied bestonden, hetzij omdat de datum voor de inwerkingtreding van die communautaire bepalingen na 1 januari 1976 valt.
5. De richtlijn van de Raad van 4 maart 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende uitstel van betaling van douanerechten, heffingen van gelijke werking en landbouwheffingen is in de nieuwe Lid-Staten niet van toepassing op de douanerechten van fiscale aard of het fiscale element van deze rechten als bedoeld in de leden 3 en 4.
6. De richtlijn van de Raad van 4 maart 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de regeling „actieve veredeling” is in het Verenigd Koninkrijk niet van toepassing op de douanerechten van fiscale aard of het fiscale element van deze rechten als bedoeld in de leden 3 en 4.
- Citeren als
- Art. 38
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006523
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl