BWBV0006479
Geldig vanaf 28-12-1920
Artikel 10
Verdrag tussen de Nederlandse en Duitse Regering nopens krediet en steenkolen
De einduitspraak volgt bij scheidsrechterlijk vonnis, waardoor partijen gebonden zijn. Dit vonnis wordt beide partijen schriftelijk medegedeeld.
Het vonnis houdt in:
de vermelding der partijen,
de namen der scheidsrechters, die aan de uitspraak hebben medegewerkt,
een uiteenzetting van het geschil, de beslissing daarover benevens de motiveering van de beslissing, alsmede de uitspraak omtrent de betaling der kosten.
Het vonnis moet onder vermelding van den dag, waarop het is vastgesteld door de scheidsrechters en minstens één der secretarissen geteekend worden.
Indien de minderheid der scheidsrechters de onderteekening weigert, moet dit in het vonnis worden vermeld.
Het vonnis behoudt niettemin bindende kracht.
Het vonnis houdt in:
de vermelding der partijen,
de namen der scheidsrechters, die aan de uitspraak hebben medegewerkt,
een uiteenzetting van het geschil, de beslissing daarover benevens de motiveering van de beslissing, alsmede de uitspraak omtrent de betaling der kosten.
Het vonnis moet onder vermelding van den dag, waarop het is vastgesteld door de scheidsrechters en minstens één der secretarissen geteekend worden.
Indien de minderheid der scheidsrechters de onderteekening weigert, moet dit in het vonnis worden vermeld.
Het vonnis behoudt niettemin bindende kracht.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006479
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl