BWBV0006119
Geldig vanaf 02-07-1909
Artikel IV
Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Mexico
Geene uitlevering heeft plaats:
1°. wanneer het strafbaar feit gepleegd is op het grondgebied van een derden Staat en de Regeering van dien Staat zelve de uitlevering aanvraagt;
2°. wanneer de aanvrage geschiedt wegens hetzelfde misdrijf, waarvoor de persoon, wiens uitlevering gevraagd wordt, in het land, waaraan de uitlevering is aangevraagd, wordt vervolgd of heeft terecht gestaan en in het laatste geval, hetzij veroordeeld, hetzij van rechtsvervolging ontslagen of vrijgesproken is;
3°. indien, naar de wetgeving van het land aan hetwelk de uitlevering is aangevraagd, het recht tot vervolging of de opgelegde straf is verjaard vóór de aanhouding van den persoon wiens uitlevering gevraagd wordt, of, zoo er nog geene aanhouding heeft plaats gehad, vóór de oproeping om door de rechtbank te worden gehoord.
1°. wanneer het strafbaar feit gepleegd is op het grondgebied van een derden Staat en de Regeering van dien Staat zelve de uitlevering aanvraagt;
2°. wanneer de aanvrage geschiedt wegens hetzelfde misdrijf, waarvoor de persoon, wiens uitlevering gevraagd wordt, in het land, waaraan de uitlevering is aangevraagd, wordt vervolgd of heeft terecht gestaan en in het laatste geval, hetzij veroordeeld, hetzij van rechtsvervolging ontslagen of vrijgesproken is;
3°. indien, naar de wetgeving van het land aan hetwelk de uitlevering is aangevraagd, het recht tot vervolging of de opgelegde straf is verjaard vóór de aanhouding van den persoon wiens uitlevering gevraagd wordt, of, zoo er nog geene aanhouding heeft plaats gehad, vóór de oproeping om door de rechtbank te worden gehoord.
- Citeren als
- Art. IV
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006119
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl