BWBV0006085
Geldig vanaf 01-06-1987
Artikel VII
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot wijziging van het op 20 juni 1960 te Brussel gesloten Verdrag betreffende de verbetering van het Kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden en tot regeling van de terbeschikkingstelling van zoetwater door België aan Nederland naar aanleiding van deze wijziging
Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitvoering en toepassing van de onderhavige Overeenkomst welke niet op een andere wijze tot oplossing kunnen worden gebracht zullen worden voorgelegd aan een arbitrage-commissie bestaande uit drie (3) leden.
De leden van de commissie worden benoemd als volgt. Ieder van de Overeenkomstsluitende Partijen wijst één lid aan binnen twee maanden nadat één van de Overeenkomstsluitende Partijen om een uitspraak van de arbitragecommissie heeft verzocht. Beide leden wijzen gezamenlijk binnen twee maanden nadat zij zijn benoemd een derde lid aan dat als voorzitter zal fungeren. Indien de hierboven bedoelde termijnen niet in acht zijn genomen en indien ook geen andere regeling is getroffen, kan iedere Overeenkomstsluitende Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
Indien de President onderdaan zou zijn van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, of indien hij om andere redenen is verhinderd, dan worden de benoemingen verricht door de Vice-President. Indien ook de Vice-President onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij eveneens zou zijn verhinderd, dan worden de benoemingen verricht door het lid van het Hof dat onmiddellijk in de hiërarchie volgt en dat geen onderdaan is van een van de Overeenkomstsluitende Partijen.
De uitspraken van de arbitragecommissie, die met meerderheid van stemmen worden genomen, zijn bindend.
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt voor haar rekening de kosten verbonden aan de werkzaamheden van haar eigen scheidsman alsmede de kosten van haar vertegenwoordiging bij de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten van de voorzitter alsmede de overige kosten worden gelijkelijk verdeeld onder beide Overeenkomstsluitende Partijen.
De leden van de commissie worden benoemd als volgt. Ieder van de Overeenkomstsluitende Partijen wijst één lid aan binnen twee maanden nadat één van de Overeenkomstsluitende Partijen om een uitspraak van de arbitragecommissie heeft verzocht. Beide leden wijzen gezamenlijk binnen twee maanden nadat zij zijn benoemd een derde lid aan dat als voorzitter zal fungeren. Indien de hierboven bedoelde termijnen niet in acht zijn genomen en indien ook geen andere regeling is getroffen, kan iedere Overeenkomstsluitende Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
Indien de President onderdaan zou zijn van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, of indien hij om andere redenen is verhinderd, dan worden de benoemingen verricht door de Vice-President. Indien ook de Vice-President onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij eveneens zou zijn verhinderd, dan worden de benoemingen verricht door het lid van het Hof dat onmiddellijk in de hiërarchie volgt en dat geen onderdaan is van een van de Overeenkomstsluitende Partijen.
De uitspraken van de arbitragecommissie, die met meerderheid van stemmen worden genomen, zijn bindend.
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt voor haar rekening de kosten verbonden aan de werkzaamheden van haar eigen scheidsman alsmede de kosten van haar vertegenwoordiging bij de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten van de voorzitter alsmede de overige kosten worden gelijkelijk verdeeld onder beide Overeenkomstsluitende Partijen.
- Citeren als
- Art. VII
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006085
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl