BWBV0006078
Geldig vanaf 30-10-1896
Artikel XIII
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia tot regeling der wederzijdse uitlevering van misdadigers
Wanneer bij vervolging ter zake van een gemeen misdrijf eene der Regeeringen het hooren van getuigen, die zich in den anderen Staat bevinden, noodig oordeelt, zal daartoe een rogatoire commissie langs diplomatieken of consulairen weg gezonden worden en zal daaraan gevolg gegeven worden met inachtneming der wetten van het land, waar de getuigen zullen worden uitgenoodigd te verschijnen. Intusschen zal in spoedeischende gevallen een rogatoire commissie rechtstreeks door de rechterlijke overheid in den eenen Staat kunnen worden toegezonden aan de rechterlijke overheid in den anderen Staat.
- Citeren als
- Art. XIII
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006078
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl