BWBV0005676
Geldig vanaf 30-06-1965
Artikel 4
Verdrag tot unificatie van accijnzen en van het waarborgrecht tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groot-Hertogdom Luxemburg
§ 1. Bij invoer in Nederland en in de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie wordt op ethylalcohol en op ethylalcoholhoudende produkten, met uitsluiting van bier en andere gegiste dranken dan die bedoeld in § 2, no's 1 tot en met 3, een accijns geheven welke als volgt wordt vastgesteld:
[tabel]
§ 2. Bij invoer in Nederland en in de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie is de in § 1, letter b, bedoelde heffing mede van toepassing op:
1. wijn van verse druiven, gedeeltelijk gegiste druivenmost en druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit (mistella daaronder begrepen), alsmede vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, mits de hiervoor bedoelde dranken volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van meer dan 22 graden;
2. wijn van verse druiven en druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit (mistella daaronder begrepen), ongeacht de sterkte, welke wegens kleurloosheid het uiterlijk aanzien hebben van overgehaalde alcohol;
3. andere gegiste dranken dan bier en dan die, bedoeld onder 1, mits deze dranken volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15. graden Celsius een sterkte hebben van meer dan 15 graden.
[tabel]
§ 2. Bij invoer in Nederland en in de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie is de in § 1, letter b, bedoelde heffing mede van toepassing op:
1. wijn van verse druiven, gedeeltelijk gegiste druivenmost en druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit (mistella daaronder begrepen), alsmede vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, mits de hiervoor bedoelde dranken volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van meer dan 22 graden;
2. wijn van verse druiven en druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit (mistella daaronder begrepen), ongeacht de sterkte, welke wegens kleurloosheid het uiterlijk aanzien hebben van overgehaalde alcohol;
3. andere gegiste dranken dan bier en dan die, bedoeld onder 1, mits deze dranken volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15. graden Celsius een sterkte hebben van meer dan 15 graden.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005676
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl