BWBV0005563
Geldig vanaf 22-05-1954
Artikel VIII
Verdrag strekkende tot voorkoming van dubbele belasting voortvloeiende uit de toepassing van de buitengewone belastingen op het vermogen of op de vermogensaanwas, geheven in Nederland en in Frankrijk
De beide verdragsluitende Staten zullen de inlichtingen van fiscale aard uitwisselen, die zij tot hun beschikking hebben en die van nut zouden kunnen zijn voor de andere Staat om de richtige vaststelling en invordering van de belastingen, bedoeld in dit Verdrag, te verzekeren, evenals de toepassing, wat betreft die belastingen, van de wettelijke bepalingen met betrekking tot het tegengaan van belastingontduiking.
De aldus uitgewisselde inlichtingen zullen een geheim karakter bewaren en zullen niet ter kennis worden gebracht van personen, anders dan die, welke belast zijn met de aanslagregeling en de inning van de belastingen bedoeld in dit Verdrag.
De bepalingen van dit Verdrag1) [Red: Lees: „...... van dit artikel”.]zullen in geen geval beschouwd kunnen worden als aan een van de twee verdragsluitende Staten de verplichting op te leggen om aan de andere Staat mededeling te doen hetzij van inlichtingen, anders dan die welke zijn eigen belastingwetgeving hem toestaat te verkrijgen, hetzij inlichtingen, waarvan het verstrekken de schending van een nijverheids-, handels- of beroepsgeheim met zich zou brengen.
Deze bepalingen zullen evenmin beschouwd kunnen worden als aan een van de beide verdragsluitende Staten de verplichting op te leggen administratieve maatregelen te vervullen, die niet overeenkomstig zijn voorschriften of zijn practijk zijn.
De aldus uitgewisselde inlichtingen zullen een geheim karakter bewaren en zullen niet ter kennis worden gebracht van personen, anders dan die, welke belast zijn met de aanslagregeling en de inning van de belastingen bedoeld in dit Verdrag.
De bepalingen van dit Verdrag1) [Red: Lees: „...... van dit artikel”.]zullen in geen geval beschouwd kunnen worden als aan een van de twee verdragsluitende Staten de verplichting op te leggen om aan de andere Staat mededeling te doen hetzij van inlichtingen, anders dan die welke zijn eigen belastingwetgeving hem toestaat te verkrijgen, hetzij inlichtingen, waarvan het verstrekken de schending van een nijverheids-, handels- of beroepsgeheim met zich zou brengen.
Deze bepalingen zullen evenmin beschouwd kunnen worden als aan een van de beide verdragsluitende Staten de verplichting op te leggen administratieve maatregelen te vervullen, die niet overeenkomstig zijn voorschriften of zijn practijk zijn.
- Citeren als
- Art. VIII
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005563
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl