BWBV0005358
Geldig vanaf 16-03-1959
Artikel 4
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Belgische Regering houdende een overeenkomst inzake de verwijdering van ongewenste personen
1. De Belgische Regering zal, zonder dat daartoe enige formaliteit is vereist, de Belgische onderdanen, die de Nederlandse Regering voornemens is van haar grondgebied te verwijderen, terugnemen, zelfs indien deze personen geen houder zijn van één van de in lid 2 van dit artikel genoemde documenten, doch alleen in geval er alle aanleiding is te veronderstellen dat deze personen de Belgische nationaliteit bezitten
2. De hierbovenbedoelde documenten zijn: een geldig Belgisch nationaal paspoort, zelfs indien het verlopen is, een eenzelvigheidskaart, bewijs of kaart van inschrijving afgegeven door een Belgisch consulaat, bewijs van nationaliteit, afschrift van akten van de burgerlijke stand welke de verwerving van de Belgische nationaliteit aantonen.
3. Deze personen zullen ter beschikking worden gesteld van één van de doorlaatposten, bedoeld in artikel 9, onder aanbieding, zo aanwezig, van één van de ingehouden documenten bedoeld in het vorige lid of van enig ander document met betrekking tot de nationaliteit van deze personen en onder afgifte van een verklaring van terbeschikkingstelling.
4. De Nederlandse Regering zal de personen terugnemen ten aanzien van wie na onderzoek door de Belgische autoriteiten werd vastgesteld dat zij niet de Belgische nationaliteit bezaten op het ogenblik van hun verwijdering van het Nederlandse grondgebied, indien er, ingevolge de bepalingen van de artikelen 5 en 6, geen verplichting voor de Belgische Regering tot terugneming van die personen bestaat en indien het verzoek om terugneming van de betreffende personen binnen zes maanden, nadat zij ter beschikking van de Belgische autoriteiten werden gesteld, aanhangig wordt gemaakt.
2. De hierbovenbedoelde documenten zijn: een geldig Belgisch nationaal paspoort, zelfs indien het verlopen is, een eenzelvigheidskaart, bewijs of kaart van inschrijving afgegeven door een Belgisch consulaat, bewijs van nationaliteit, afschrift van akten van de burgerlijke stand welke de verwerving van de Belgische nationaliteit aantonen.
3. Deze personen zullen ter beschikking worden gesteld van één van de doorlaatposten, bedoeld in artikel 9, onder aanbieding, zo aanwezig, van één van de ingehouden documenten bedoeld in het vorige lid of van enig ander document met betrekking tot de nationaliteit van deze personen en onder afgifte van een verklaring van terbeschikkingstelling.
4. De Nederlandse Regering zal de personen terugnemen ten aanzien van wie na onderzoek door de Belgische autoriteiten werd vastgesteld dat zij niet de Belgische nationaliteit bezaten op het ogenblik van hun verwijdering van het Nederlandse grondgebied, indien er, ingevolge de bepalingen van de artikelen 5 en 6, geen verplichting voor de Belgische Regering tot terugneming van die personen bestaat en indien het verzoek om terugneming van de betreffende personen binnen zes maanden, nadat zij ter beschikking van de Belgische autoriteiten werden gesteld, aanhangig wordt gemaakt.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005358
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl