BWBV0005347
Geldig vanaf 01-03-2014
Artikel 2
Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Peru
1. De Partijen verbinden zich elkaar wederzijds in de ruimst mogelijke mate medewerking te verlenen met betrekking tot de overdracht van gevonniste personen en de tenuitvoerlegging van veroordelingen overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
2. Een op het grondgebied van een Partij gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, naar het grondgebied van de andere Partij worden overgebracht teneinde de tegen hem uitgesproken veroordeling te ondergaan. Te dien einde kan hij de overbrengende Staat of de ontvangende Staat zijn wens te kennen geven overeenkomstig dit Verdrag te worden overgebracht.
3. De overbrenging kan door de overbrengende Staat of door de ontvangende Staat worden verzocht.
2. Een op het grondgebied van een Partij gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, naar het grondgebied van de andere Partij worden overgebracht teneinde de tegen hem uitgesproken veroordeling te ondergaan. Te dien einde kan hij de overbrengende Staat of de ontvangende Staat zijn wens te kennen geven overeenkomstig dit Verdrag te worden overgebracht.
3. De overbrenging kan door de overbrengende Staat of door de ontvangende Staat worden verzocht.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005347
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl