BWBV0005220
Geldig vanaf 01-01-1960
Artikel 11
Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk
a. De legitimatiebewijzen worden in tot Koninkrijk der Nederlanden afgegeven door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door de door dit Ministerie daartoe gemachtigde instanties, en in de Republiek Oostenrijk door het Bundesministerium für Handel und Wiederaufbau. Het legitimatiebewijs wordt in beide Staten zo mogelijk in gelijke bewoordingen opgesteld.
b. De Verdragsstaten zullen elkaar op gezette tijden een opgave doen van de in hun land afgegeven legitimatiebewijzen.
Deze opgaven moeten bevatten:
het nummer en de geldigheidsduur van de legitimatiebewijzen, de naam en het adres van de houder alsmede de kentekens van de voertuigen.
b. De Verdragsstaten zullen elkaar op gezette tijden een opgave doen van de in hun land afgegeven legitimatiebewijzen.
Deze opgaven moeten bevatten:
het nummer en de geldigheidsduur van de legitimatiebewijzen, de naam en het adres van de houder alsmede de kentekens van de voertuigen.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005220
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl