BWBV0005140
Geldig vanaf 01-06-1955
Artikel 2
Overeenkomst betreffende de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk
(1). De stagiaires hebben het recht, een arbeidsovereenkomst aan te gaan onder de in de volgende artikelen neergelegde voorwaarden, echter onder voorbehoud van de wettelijke of administratieve bepalingen, welke de tewerkstelling van buitenlanders in bepaalde beroepen regelen.
(2). De toelating van stagiaires geschiedt in het algemeen zonder dat rekening wordt gehouden met de toestand van de arbeidsmarkt in het betreffende beroep; de hoogste administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende staten kunnen echter overeenkomen, dat bepaalde beroepen en gebieden van de toepassing van de overeenkomst worden uitgezonderd.
(3). Voor zover voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers een officiële vergunning vereist is, verplichten de overeenkomstsluitende staten zich, deze voor stagiaires in de zin van deze overeenkomst te verlenen.
(2). De toelating van stagiaires geschiedt in het algemeen zonder dat rekening wordt gehouden met de toestand van de arbeidsmarkt in het betreffende beroep; de hoogste administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende staten kunnen echter overeenkomen, dat bepaalde beroepen en gebieden van de toepassing van de overeenkomst worden uitgezonderd.
(3). Voor zover voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers een officiële vergunning vereist is, verplichten de overeenkomstsluitende staten zich, deze voor stagiaires in de zin van deze overeenkomst te verlenen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005140
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl