BWBV0005031
Geldig vanaf 01-10-1992
Artikel 8
Overeenkomst inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek
1. Geschillen tussen de ene Overeenkomstsluitende Partij en een investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreffende een investering van laatstgenoemde worden zo mogelijk in der minne geschikt.
2. Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt er hierbij mee in een geschil bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor te leggen aan een scheidsgerecht, als het geschil niet in der minne is geschikt binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop één van de partijen bij het geschil om een minnelijke schikking heeft verzocht.
3. Het in het tweede lid van dit artikel bedoelde scheidsgerecht zal in elk afzonderlijk geval als volgt worden samengesteld: elke partij bij het geschil benoemt één lid van het scheidsgerecht en de twee aldus benoemde leden kiezen een onderdaan van een derde Staat als voorzitter van het scheidsgerecht. Elke partij bij het geschil benoemt haar lid van het scheidsgerecht binnen twee maanden en de Voorzitter wordt benoemd binnen drie maanden na de datum waarop de investeerder de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis heeft gesteld van zijn beslissing het geschil voor te leggen aan het scheidsgerecht.
4. Indien de benoemingen niet zijn verricht binnen de bovengenoemde termijnen, kan elk der partijen bij het geschil de President van het Instituut voor Arbitrage van de Kamer van Koophandel te Stockholm verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan van een der Overeenkomstsluitende Partijen is of indien hij anderszins verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen of indien ook hij verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt het lid van het Instituut voor Arbitrage dat het hoogst in anciënniteit is en geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
5. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure vast, waarbij het de arbitragevoorschriften van de V.N.-Commissie voor Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL) toepast.
6. Het scheidsgerecht beslist op basis van het recht, waarbij het met name doch niet uitsluitend rekening houdt met:
- de vigerende wetgeving van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij;
- de bepalingen van deze Overeenkomst en andere van belang zijnde overeenkomsten tussen de Overeenkomstsluitende Partijen;
- de bepalingen van bijzondere overeenkomsten betreffende de investering;
- de algemene beginselen van het internationale recht.
7. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing met een meerderheid van stemmen; deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de partijen bij het geschil.
2. Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt er hierbij mee in een geschil bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor te leggen aan een scheidsgerecht, als het geschil niet in der minne is geschikt binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop één van de partijen bij het geschil om een minnelijke schikking heeft verzocht.
3. Het in het tweede lid van dit artikel bedoelde scheidsgerecht zal in elk afzonderlijk geval als volgt worden samengesteld: elke partij bij het geschil benoemt één lid van het scheidsgerecht en de twee aldus benoemde leden kiezen een onderdaan van een derde Staat als voorzitter van het scheidsgerecht. Elke partij bij het geschil benoemt haar lid van het scheidsgerecht binnen twee maanden en de Voorzitter wordt benoemd binnen drie maanden na de datum waarop de investeerder de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis heeft gesteld van zijn beslissing het geschil voor te leggen aan het scheidsgerecht.
4. Indien de benoemingen niet zijn verricht binnen de bovengenoemde termijnen, kan elk der partijen bij het geschil de President van het Instituut voor Arbitrage van de Kamer van Koophandel te Stockholm verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan van een der Overeenkomstsluitende Partijen is of indien hij anderszins verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen of indien ook hij verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt het lid van het Instituut voor Arbitrage dat het hoogst in anciënniteit is en geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
5. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure vast, waarbij het de arbitragevoorschriften van de V.N.-Commissie voor Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL) toepast.
6. Het scheidsgerecht beslist op basis van het recht, waarbij het met name doch niet uitsluitend rekening houdt met:
- de vigerende wetgeving van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij;
- de bepalingen van deze Overeenkomst en andere van belang zijnde overeenkomsten tussen de Overeenkomstsluitende Partijen;
- de bepalingen van bijzondere overeenkomsten betreffende de investering;
- de algemene beginselen van het internationale recht.
7. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing met een meerderheid van stemmen; deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de partijen bij het geschil.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005031
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl