BWBV0004890
Geldig vanaf 01-12-1987
Artikel 49
Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien)
1. Om in aanmerking te komen voor andere uitkeringen dan renten krachtens artikel 41, eerste lid, sub b) van het Verdrag, wendt de rijnvarende zich binnen drie dagen na het begin van de arbeidsongeschiktheid tot het orgaan van de woonplaats onder overlegging van een kennisgeving van arbeidsonderbreking of, indien de wetgeving die door het bevoegde orgaan of het orgaan van de woonplaats wordt toegepast hierin voorziet, een door de behandelende arts afgegeven bewijs van arbeidsongeschiktheid. Bovendien is hij verplicht alle andere krachtens de wetgeving van de bevoegde Staat vereiste documenten over te leggen, naar gelang van de aard van de aangevraagde uitkeringen.
2. Wanneer de behandelende artsen van het land van de woonplaats geen bewijzen van arbeidsongeschiktheid afgeven, is artikel 47, tweede lid van deze Schikking van overeenkomstige toepassing.
3. Het orgaan van de woonplaats zendt de in de voorgaande leden van dit artikel bedoelde documenten onverwijld door aan het bevoegde orgaan, onder vermelding van de vermoedelijke duur van de arbeidsongeschiktheid.
4. Artikel 47, vierde tot en met negende lid van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing.
2. Wanneer de behandelende artsen van het land van de woonplaats geen bewijzen van arbeidsongeschiktheid afgeven, is artikel 47, tweede lid van deze Schikking van overeenkomstige toepassing.
3. Het orgaan van de woonplaats zendt de in de voorgaande leden van dit artikel bedoelde documenten onverwijld door aan het bevoegde orgaan, onder vermelding van de vermoedelijke duur van de arbeidsongeschiktheid.
4. Artikel 47, vierde tot en met negende lid van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 49
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0004890
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl