BWBV0004547
Geldig vanaf 01-01-1974
Artikel 18
Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie
1. Binnen een door de Voorzitter van de Kamer te bepalen termijn dient de Unie bij de griffie van het Hof een memorie van antwoord naar aanleiding van het inleidende verzoekschrift in.
2. Deze memorie gaat vergezeld van alle bij de Unie berustende stukken, die voor de kennisneming van de zaak van nut kunnen zijn. Met name dienen de stukken en het advies van de Raadgevende Commissie, alsmede de beslissing op het intern beroep bij deze memorie te worden gevoegd.
2. Deze memorie gaat vergezeld van alle bij de Unie berustende stukken, die voor de kennisneming van de zaak van nut kunnen zijn. Met name dienen de stukken en het advies van de Raadgevende Commissie, alsmede de beslissing op het intern beroep bij deze memorie te worden gevoegd.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0004547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl