BWBV0004252
Geldig vanaf 08-10-1971
Artikel 1
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland ter aanvulling van de op 21 september 1960 te Parijs ondertekende NAVO-overeenkomst inzake de wederzijdse geheimhouding van uitvindingen die voor de verdediging van belang zijn en onderwerp van octrooiaanvragen vormen (Nederlands-Duitse overeenkomst ter aanvulling van de NAVO-overeenkomst van 21 september 1960)
De bepalingen van de op 21 september 1960 te Parijs ondertekende Overeenkomst inzake de wederzijdse geheimhouding van uitvindingen die voor de verdediging van belang zijn en het onderwerp van octrooiaanvragen vormen (NAVO-overeenkomst), zijn mede van toepassing op uitvindingen
a) waarvoor in een van de beide Staten in het belang van de verdediging geheimhouding is opgelegd en waarvoor, zonder dat zij in deze Staat het onderwerp van een octrooiaanvrage of van een aanvrage betreffende een gebruiksmodel zijn, in de andere Staat octrooi wordt aangevraagd,
b) waarvoor in de Bondsrepubliek Duitsland in het belang van de verdediging geheimhouding is opgelegd, die aldaar het onderwerp zijn van een aanvrage betreffende een gebruiksmodel en waarvoor in het Koninkrijk der Nederlanden octrooi wordt aangevraagd, of
c) waarvoor in het Koninkrijk der Nederlanden in het belang van de verdediging geheimhouding is opgelegd en waarvoor in de Bondsrepubliek Duitsland een aanvrage betreffende een gebruiksmodel wordt ingediend,
voorzover de stukken voor de octrooiaanvrage of de aanvrage betreffende een gebruiksmodel overeenkomstig de in artikel 3 bedoelde procedureregeling naar de andere Staat worden overgebracht.
a) waarvoor in een van de beide Staten in het belang van de verdediging geheimhouding is opgelegd en waarvoor, zonder dat zij in deze Staat het onderwerp van een octrooiaanvrage of van een aanvrage betreffende een gebruiksmodel zijn, in de andere Staat octrooi wordt aangevraagd,
b) waarvoor in de Bondsrepubliek Duitsland in het belang van de verdediging geheimhouding is opgelegd, die aldaar het onderwerp zijn van een aanvrage betreffende een gebruiksmodel en waarvoor in het Koninkrijk der Nederlanden octrooi wordt aangevraagd, of
c) waarvoor in het Koninkrijk der Nederlanden in het belang van de verdediging geheimhouding is opgelegd en waarvoor in de Bondsrepubliek Duitsland een aanvrage betreffende een gebruiksmodel wordt ingediend,
voorzover de stukken voor de octrooiaanvrage of de aanvrage betreffende een gebruiksmodel overeenkomstig de in artikel 3 bedoelde procedureregeling naar de andere Staat worden overgebracht.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0004252
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl