BWBV0004241
Geldig vanaf 01-09-1971
Artikel 3
Benelux-Overeenkomst betreffende de uitoefening van de advocatuur
1. De beoordeling van overtredingen van de ereregelen door de advocaat in de uitoefening van de in artikel 1 genoemde werkzaamheden behoort tot de bevoegdheid van de tuchtrechtelijke autoriteiten van de ontvangende balie, onverminderd de bevoegdheid van de tuchtrechtelijke autoriteiten van de balie waartoe de betrokken advocaat behoort.
2. De raad van toezicht van de orde der ontvangende balie kan de advocaat voor een periode van ten hoogste een jaar het recht ontzeggen om de in artikel 1 genoemde werkzaamheden te verrichten binnen het arrondissement waar de ontvangende balie is gevestigd. Indien en voor zover de spoed zulks vereist, heeft de deken of stafhouder van de raad dezelfde bevoegdheid.
3. De tuchtrechtelijke autoriteiten van de balie waartoe de betrokken advocaat behoort worden ingelicht omtrent de beslissing en de omstandigheden die tot die beslissing hebben geleid.
2. De raad van toezicht van de orde der ontvangende balie kan de advocaat voor een periode van ten hoogste een jaar het recht ontzeggen om de in artikel 1 genoemde werkzaamheden te verrichten binnen het arrondissement waar de ontvangende balie is gevestigd. Indien en voor zover de spoed zulks vereist, heeft de deken of stafhouder van de raad dezelfde bevoegdheid.
3. De tuchtrechtelijke autoriteiten van de balie waartoe de betrokken advocaat behoort worden ingelicht omtrent de beslissing en de omstandigheden die tot die beslissing hebben geleid.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0004241
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl