BWBV0003530
Geldig vanaf 16-06-1980
Artikel 5
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht en van schenkingen
(1). Onroerende vermogensbestanddelen mogen worden belast in de Staat waar deze vermogensbestanddelen zijn gelegen.
(2). De uitdrukking „onroerende vermogensbestanddelen” heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Staat waar de desbetreffende vermogensbestanddelen zijn gelegen. De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende vermogensbestanddelen behoren, levende en dode have van landbouwen bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, belangen in de opbrengst van de verkoop van grond die met het oog op de verkoop onder trust-verband wordt gehouden, vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen, bronnen en andere natuurlijke rijkdommen; schepen, luchtvaartuigen en schulden waarvoor door middel van hypotheek of anderszins zekerheid is gesteld, worden niet als onroerende vermogensbestanddelen beschouwd.
(3). De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn ook van toepassing op onroerende vermogensbestanddelen van een onderneming en op onroerende vemogensbestanddelen gebezigd voor het verrichten van zelfstandige arbeid.
(2). De uitdrukking „onroerende vermogensbestanddelen” heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Staat waar de desbetreffende vermogensbestanddelen zijn gelegen. De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende vermogensbestanddelen behoren, levende en dode have van landbouwen bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, belangen in de opbrengst van de verkoop van grond die met het oog op de verkoop onder trust-verband wordt gehouden, vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen, bronnen en andere natuurlijke rijkdommen; schepen, luchtvaartuigen en schulden waarvoor door middel van hypotheek of anderszins zekerheid is gesteld, worden niet als onroerende vermogensbestanddelen beschouwd.
(3). De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn ook van toepassing op onroerende vermogensbestanddelen van een onderneming en op onroerende vemogensbestanddelen gebezigd voor het verrichten van zelfstandige arbeid.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003530
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl