BWBV0003422
Geldig vanaf 16-09-1975
Artikel 26
Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van de Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond
Ieder geschil omtrent de uitlegging of toepassing van dit Protocol dat zou kunnen rijzen tussen de Organisatie en de Regering van een Staat die partij is bij dit Protocol en dat niet door middel van rechtstreekse onderhandelingen kan worden geregeld, wordt, tenzij de partijen overeenstemming bereiken over een andere wijze van regeling van het geschil op verzoek van een der partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht bestaande uit drie scheidsmannen, te weten een scheidsman aangewezen door de Directeur-Generaal van de Organisatie of de persoon die hem vervangt, een scheidsman aangewezen door de betrokken Staat of Staten die partij is of zijn bij dit Protocol en een derde scheidsman die in gemeen overleg wordt gekozen door de beide anderen en die geen functionaris mag zijn van de Organisatie en geen onderdaan van de betrokken Staat of Staten en die optreedt als voorzitter van het scheidsgerecht.
Het verzoek tot voorlegging aan een scheidsgerecht dient de naam te bevatten van de door de verzoekende partij aangewezen scheidsman; de gedaagde partij dient binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek om voorlegging aan een scheidsgerecht haar scheidsman aan te wijzen en de naam mede te delen aan de andere partij. Indien de gedaagde partij niet binnen de bovengenoemde termijn de naam van haar scheidsman heeft medegedeeld of indien de twee scheidsmannen niet binnen twee maanden na de laatste aanwijzing van een scheidsman overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van een derde scheidsman, wordt de scheidsman of de derde scheidsman, al naar het geval zich voordoet, op verzoek van de meest gerede partij, aangewezen door de President van het Internationaal Gerechtshof.
Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure vast. Zijn beslissingen zijn verplichtend voor partijen en niet vatbaar voor beroep.
Het verzoek tot voorlegging aan een scheidsgerecht dient de naam te bevatten van de door de verzoekende partij aangewezen scheidsman; de gedaagde partij dient binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek om voorlegging aan een scheidsgerecht haar scheidsman aan te wijzen en de naam mede te delen aan de andere partij. Indien de gedaagde partij niet binnen de bovengenoemde termijn de naam van haar scheidsman heeft medegedeeld of indien de twee scheidsmannen niet binnen twee maanden na de laatste aanwijzing van een scheidsman overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van een derde scheidsman, wordt de scheidsman of de derde scheidsman, al naar het geval zich voordoet, op verzoek van de meest gerede partij, aangewezen door de President van het Internationaal Gerechtshof.
Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure vast. Zijn beslissingen zijn verplichtend voor partijen en niet vatbaar voor beroep.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003422
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl