BWBV0003264
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 3-4
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
1. Noodsleepvoorzieningen aan boord van tankschepen
1.1 Noodsleepvoorzieningen moeten worden aangebracht op het voorschip en op het achterschip van alle tankschepen met een draagvermogen van 20.000 ton of meer.
1.2 Voor tankschepen gebouwd op of na 1 juli 2002: .1 moeten de voorzieningen te allen tijde snel kunnen worden ingezet bij gebreke van de hoofdkrachtbron op het te slepen schip en eenvoudig aan het slepende schip kunnen worden bevestigd. Ten minste een van de noodsleepvoorzieningen moet voorgeïnstalleerd zijn voor snelle inzet; en
.2 moeten de noodsleepvoorzieningen op het voorschip en op het achterschip voldoende sterk zijn voor de omvang en het draagvermogen van het schip en de verwachte krachten bij slechte weersomstandigheden. Het ontwerp en de constructie alsmede de beproeving van het prototype van de noodsleepvoorziening moeten door de Administratie overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen worden goedgekeurd.
.1 moeten de voorzieningen te allen tijde snel kunnen worden ingezet bij gebreke van de hoofdkrachtbron op het te slepen schip en eenvoudig aan het slepende schip kunnen worden bevestigd. Ten minste een van de noodsleepvoorzieningen moet voorgeïnstalleerd zijn voor snelle inzet; en
.2 moeten de noodsleepvoorzieningen op het voorschip en op het achterschip voldoende sterk zijn voor de omvang en het draagvermogen van het schip en de verwachte krachten bij slechte weersomstandigheden. Het ontwerp en de constructie alsmede de beproeving van het prototype van de noodsleepvoorziening moeten door de Administratie overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen worden goedgekeurd.
1.3 Ten aanzien van tankschepen gebouwd vóór 1 juli 2002 moeten het ontwerp en de constructie alsmede de beproeving van het prototype van de noodsleepvoorziening door de Administratie overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen worden goedgekeurd.
2. Noodsleepprocedures aan boord van schepen
2.1. Deze paragraaf is van toepassing op: .1 alle passagiersschepen, uiterlijk op 1 januari 2010;
.2 vrachtschepen gebouwd op of na 1 januari 2010; en
.3 vrachtschepen gebouwd voor 1 januari 2010, uiterlijk op 1 januari 2012.
.1 alle passagiersschepen, uiterlijk op 1 januari 2010;
.2 vrachtschepen gebouwd op of na 1 januari 2010; en
.3 vrachtschepen gebouwd voor 1 januari 2010, uiterlijk op 1 januari 2012.
2.2 Schepen moeten voorzien zijn van een op hun toegesneden noodsleepprocedure. Deze procedure moet aan boord van het schip zijn voor toepassing in noodsituaties en gebaseerd zijn op bestaande regelingen en de aan boord beschikbare uitrusting.
2.3 De procedure omvat: .1 tekeningen van het voor- en achterdek met mogelijke noodsleepvoorzieningen;
.2 een lijst van uitrusting aan boord die kan worden gebruikt voor noodsleep;
.3 communicatiemiddelen en -methoden; en
.4 modelprocedures ter vergemakkelijking van de voorbereiding op en uitvoering van noodsleepoperaties.
.1 tekeningen van het voor- en achterdek met mogelijke noodsleepvoorzieningen;
.2 een lijst van uitrusting aan boord die kan worden gebruikt voor noodsleep;
.3 communicatiemiddelen en -methoden; en
.4 modelprocedures ter vergemakkelijking van de voorbereiding op en uitvoering van noodsleepoperaties.
1.1 Noodsleepvoorzieningen moeten worden aangebracht op het voorschip en op het achterschip van alle tankschepen met een draagvermogen van 20.000 ton of meer.
1.2 Voor tankschepen gebouwd op of na 1 juli 2002: .1 moeten de voorzieningen te allen tijde snel kunnen worden ingezet bij gebreke van de hoofdkrachtbron op het te slepen schip en eenvoudig aan het slepende schip kunnen worden bevestigd. Ten minste een van de noodsleepvoorzieningen moet voorgeïnstalleerd zijn voor snelle inzet; en
.2 moeten de noodsleepvoorzieningen op het voorschip en op het achterschip voldoende sterk zijn voor de omvang en het draagvermogen van het schip en de verwachte krachten bij slechte weersomstandigheden. Het ontwerp en de constructie alsmede de beproeving van het prototype van de noodsleepvoorziening moeten door de Administratie overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen worden goedgekeurd.
.1 moeten de voorzieningen te allen tijde snel kunnen worden ingezet bij gebreke van de hoofdkrachtbron op het te slepen schip en eenvoudig aan het slepende schip kunnen worden bevestigd. Ten minste een van de noodsleepvoorzieningen moet voorgeïnstalleerd zijn voor snelle inzet; en
.2 moeten de noodsleepvoorzieningen op het voorschip en op het achterschip voldoende sterk zijn voor de omvang en het draagvermogen van het schip en de verwachte krachten bij slechte weersomstandigheden. Het ontwerp en de constructie alsmede de beproeving van het prototype van de noodsleepvoorziening moeten door de Administratie overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen worden goedgekeurd.
1.3 Ten aanzien van tankschepen gebouwd vóór 1 juli 2002 moeten het ontwerp en de constructie alsmede de beproeving van het prototype van de noodsleepvoorziening door de Administratie overeenkomstig de door de Organisatie opgestelde richtlijnen worden goedgekeurd.
2. Noodsleepprocedures aan boord van schepen
2.1. Deze paragraaf is van toepassing op: .1 alle passagiersschepen, uiterlijk op 1 januari 2010;
.2 vrachtschepen gebouwd op of na 1 januari 2010; en
.3 vrachtschepen gebouwd voor 1 januari 2010, uiterlijk op 1 januari 2012.
.1 alle passagiersschepen, uiterlijk op 1 januari 2010;
.2 vrachtschepen gebouwd op of na 1 januari 2010; en
.3 vrachtschepen gebouwd voor 1 januari 2010, uiterlijk op 1 januari 2012.
2.2 Schepen moeten voorzien zijn van een op hun toegesneden noodsleepprocedure. Deze procedure moet aan boord van het schip zijn voor toepassing in noodsituaties en gebaseerd zijn op bestaande regelingen en de aan boord beschikbare uitrusting.
2.3 De procedure omvat: .1 tekeningen van het voor- en achterdek met mogelijke noodsleepvoorzieningen;
.2 een lijst van uitrusting aan boord die kan worden gebruikt voor noodsleep;
.3 communicatiemiddelen en -methoden; en
.4 modelprocedures ter vergemakkelijking van de voorbereiding op en uitvoering van noodsleepoperaties.
.1 tekeningen van het voor- en achterdek met mogelijke noodsleepvoorzieningen;
.2 een lijst van uitrusting aan boord die kan worden gebruikt voor noodsleep;
.3 communicatiemiddelen en -methoden; en
.4 modelprocedures ter vergemakkelijking van de voorbereiding op en uitvoering van noodsleepoperaties.
- Citeren als
- Art. 3-4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003264
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl