BWBV0003210
Geldig vanaf 01-12-2017
Artikel 17
Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, Roemenië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK) betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte
1. Deze Overeenkomst laat onverlet het recht van elke overeenkomstsluitende partij om, onverminderd het niet-discriminatiebeginsel en de bepalingen van dit artikel en van artikel 18, lid 4, eenzijdig nieuwe wetgeving op het gebied van het luchtvervoer of een in bijlage I genoemd daarmee samenhangend gebied aan te nemen of haar bestaande wetgeving ter zake te wijzigen. De geassocieerde partijen nemen dergelijke wetgeving alleen aan wanneer deze in overeenstemming is met deze Overeenkomst.
2. Zodra een overeenkomstsluitende partij nieuwe wetgeving heeft aangenomen of een wijziging van zijn wetgeving heeft vastgesteld, stelt zij de andere overeenkomstsluitende partijen daarvan uiterlijk binnen een maand na vaststelling van de nieuwe wetgeving of wijziging via het gemengd comité in kennis. Op verzoek van een overeenkomstsluitende partij houdt het gemengd comité binnen de daaropvolgende twee maanden een gedachtewisseling over de implicaties van die nieuwe wetgeving of wijziging voor de goede werking van de Overeenkomst.
3. Het gemengd comité:
a. neemt een besluit tot herziening van bijlage I van deze Overeenkomst, teneinde daarin, zo nodig op basis van wederkerigheid, de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie op te nemen, of
b. neemt een besluit waarbij wordt vastgesteld dat de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met deze Overeenkomst, of
c. stelt alle andere maatregelen vast om de goede werking van deze Overeenkomst te waarborgen.
4. Bij wetgeving die is vastgesteld tussen de ondertekening van deze Overeenkomst en haar inwerkingtreding en waarvan de andere overeenkomstsluitende partijen in kennis zijn gesteld, wordt de datum waarop de informatie is ontvangen, beschouwd als de datum van voorlegging. Het gemengd comité mag niet eerder dan zestig dagen na inwerkingtreding van deze Overeenkomst een besluit nemen.
2. Zodra een overeenkomstsluitende partij nieuwe wetgeving heeft aangenomen of een wijziging van zijn wetgeving heeft vastgesteld, stelt zij de andere overeenkomstsluitende partijen daarvan uiterlijk binnen een maand na vaststelling van de nieuwe wetgeving of wijziging via het gemengd comité in kennis. Op verzoek van een overeenkomstsluitende partij houdt het gemengd comité binnen de daaropvolgende twee maanden een gedachtewisseling over de implicaties van die nieuwe wetgeving of wijziging voor de goede werking van de Overeenkomst.
3. Het gemengd comité:
a. neemt een besluit tot herziening van bijlage I van deze Overeenkomst, teneinde daarin, zo nodig op basis van wederkerigheid, de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie op te nemen, of
b. neemt een besluit waarbij wordt vastgesteld dat de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met deze Overeenkomst, of
c. stelt alle andere maatregelen vast om de goede werking van deze Overeenkomst te waarborgen.
4. Bij wetgeving die is vastgesteld tussen de ondertekening van deze Overeenkomst en haar inwerkingtreding en waarvan de andere overeenkomstsluitende partijen in kennis zijn gesteld, wordt de datum waarop de informatie is ontvangen, beschouwd als de datum van voorlegging. Het gemengd comité mag niet eerder dan zestig dagen na inwerkingtreding van deze Overeenkomst een besluit nemen.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003210
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl