BWBV0003005
Geldig vanaf 01-10-1992
Artikel 10
Overeenkomst inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek
1. Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst worden zo mogelijk in der minne geschikt.
2. Indien een geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen niet op deze wijze kan worden geregeld, wordt het op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht.
3. Zulk een scheidsgerecht wordt in elk afzonderlijk geval op de volgende wijze samengesteld. Binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek om arbitrage benoemt elke Overeenkomstsluitende Partij één lid van het scheidsgerecht. Deze twee leden kiezen dan een onderdaan van een derde Staat die wordt benoemd tot Voorzitter van het scheidsgerecht. De Voorzitter wordt benoemd binnen twee maanden na de datum van benoeming van de andere twee leden.
4. Indien de noodzakelijke benoemingen niet zijn verricht binnen de in het derde lid van dit artikel genoemde termijnen, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij anderszins verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen of indien ook hij verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt het lid van het Internationale Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is en geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
5. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure vast. De beslissing van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.
6. Alvorens een beslissing te nemen kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Partijen voorstellen.
7. Het scheidsgerecht beslist op basis van deze Overeenkomst en andere van belang zijnde overeenkomsten tussen de twee Overeenkomstsluitende Partijen, de algemene beginselen van het internationale recht alsmede de algemene rechtsregels die het scheidsgerecht toepasselijk acht. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht aan1) [Red: Het woord „aan” dient hier te worden geschrapt.]om in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen indien de partijen daarmede instemmen.
8. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van haar vertegenwoordiging in de scheidsrechterlijke procedure; de kosten van de Voorzitter en de resterende kosten worden in gelijke delen door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen. Het scheidsgerecht kan in zijn beslissing evenwel bevelen dat een der beide Overeenkomstsluitende Partijen een groter aandeel in de kosten dient te dragen en deze uitspraak is onherroepelijk en bindend voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.
2. Indien een geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen niet op deze wijze kan worden geregeld, wordt het op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht.
3. Zulk een scheidsgerecht wordt in elk afzonderlijk geval op de volgende wijze samengesteld. Binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek om arbitrage benoemt elke Overeenkomstsluitende Partij één lid van het scheidsgerecht. Deze twee leden kiezen dan een onderdaan van een derde Staat die wordt benoemd tot Voorzitter van het scheidsgerecht. De Voorzitter wordt benoemd binnen twee maanden na de datum van benoeming van de andere twee leden.
4. Indien de noodzakelijke benoemingen niet zijn verricht binnen de in het derde lid van dit artikel genoemde termijnen, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij anderszins verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen of indien ook hij verhinderd is deze functie uit te oefenen, wordt het lid van het Internationale Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is en geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
5. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure vast. De beslissing van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.
6. Alvorens een beslissing te nemen kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Partijen voorstellen.
7. Het scheidsgerecht beslist op basis van deze Overeenkomst en andere van belang zijnde overeenkomsten tussen de twee Overeenkomstsluitende Partijen, de algemene beginselen van het internationale recht alsmede de algemene rechtsregels die het scheidsgerecht toepasselijk acht. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht aan1) [Red: Het woord „aan” dient hier te worden geschrapt.]om in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen indien de partijen daarmede instemmen.
8. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van haar vertegenwoordiging in de scheidsrechterlijke procedure; de kosten van de Voorzitter en de resterende kosten worden in gelijke delen door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen. Het scheidsgerecht kan in zijn beslissing evenwel bevelen dat een der beide Overeenkomstsluitende Partijen een groter aandeel in de kosten dient te dragen en deze uitspraak is onherroepelijk en bindend voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl